Harderwijk

 

Harderwijk.

 

Ville morte aan in zichzelf gekeerde kust.

Er valt geen roem, geen rijkdom meer te halen.

Het ligt ommuurd, gemetseld in zijn rust.

Geen Hanze meer, geen visschers, kolonialen

Maar in de vroegte op het kazerneplein

Klinken kommando’s en trompetsignalen.

Er mompelen golven van een doode zee

Die eens de stukken uit de Vischpoort sloegen.

Rimbaud vertrok van deze kalme rêe.

Menschen zijn er op straat als pro memorie,

Kerk en markt houden alles in zijn voegen.

De bronst der jeugd alleen is geen historie.

Miniatuur Arkropolis,Piraeus!

Afzijds in ’t Akademiestraatje staan

Plataan en torentje nog van Linnaeus.

Anthonie Donker

Uit: De Einder; Arnhem 1947.

Dit bericht was geplaatst in Diverse gedichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *