Achter de muur

Achter de muur.

*****

Wie Jan Koes Koes heeft gekend,zal weten,dat die groote krachtige man,Belg van geboorte,met weinig tevreden was,zoo in zijn kledij als in de voedsel.

Ik zie hem nog met zijn reusachtige gestalte door onze straten lopen,gekleed in een blauw katoenen broek en dito vest,het laatste zeer handig vervaardigd van een afgedankt militair mouwvest door het enkel wegnemen der glinsterende koperen knopen.

Zomer en winter bracht voor hem geen verwisseling van bovenkleeren mee en ik geloof evenmin van ondergoed.Zoo koud kon`t in de winter niet zijn,of Jan ging zich wassen onder de pomp en wierp zich het ijskoude water over `t hoofd.En wat zijn eten betreft,dit bestond voor den tevreden gul lachende man uit gezond en versterkend roggebrood,dat hij met zijn sterk gebit gemakkelijk wist fijn te kauwen.

Die man was in den ouden drukke Atjeh_tijd een der bekenden hoofdfiguren van –Achter de Muur-of te wel_Langstraat.

Verdriet scheen de goede lobbes niet te kennen,hetgeen wel bleek uit zijn lijfdeun,die destijds van mond tot mond ging:

-Jan Koes koes

De beenen,de beenen

Jan Koes,Koes

De benen van de vloer-

Want van dansen hield hij en`t meest van de horlepijp.Daar werd anders wat gedanst.

Wie kent niet de befaamde herberg,genaamd –A la Ville de Lille-,waar zoo menig militair zijn anker neer lei,om met de waard of de waardin genoegelijk te kouten over het ver verwijderd geboorteland,terwijl de glaaskes vrolijk rondgingen en de oogen straalden van genot!`t was maar een miniatuur herbergje,volstrekt niet grooter dan de thans in veiling gebrachte huisjes,waarvan er verkocht werden à f1,25 per stuk.Maar druk was het er.Als Jan koes er een landsman zag binnengaan,die goed in de centen zat,dan duurde het geen vijf minuten,of Jan was van de partij en dronk en klonk er lustig op los.

Och zie,Jan had een klein pensioentje en oude landslui hebben voor elkaar wat over,zoodat de sul aan niets gebrek had.Kwamen er te veel bezoekers, geen nood?.Huis aan huis stonden er de mestbakken naast de deur alle zorgvuldig(zeer in`t belang der volksgezondheid)gesloten met een oplichtbaar deksel.De eerzame bewoners wisten zich die bakken ten nutte te maken door ze te gebruiken tot het aanrichten van een feestdisch,waarbij Jan Koes Koes goede diensten bewees en met zoo`n voortvarendheid te werk ging,dat hij de besten kelner tot voorbeeld kon  strekken.In een minium van tijd had een zijner helder gewasschen intiemste kleedingstukken gepromoveerd tot tafellaken,waarvan als niet ontsierende draperie en de mouwen of pijpen de kale buitenwand van den bak bedekten en perspectief brachten dáár,waar te voren alles eentonig en eenvormig was.

Stoelen werden gebracht dikwijls zonder bodem,maar het geoefend zitvlak der aanzittenden wist zich wel te redden en weldra zaten om den geïnproviseeerden disch de gasten naast elkaar.En wat er dan opgebracht werd!Neen maar,dat had ge  moeten zien!Biefstuk,worst,visch,dampende aardappelen,geurige soep,wijn,jenever,sinaasappelen,kortom,de omgeving van den mestbak en de mestbak zelf waren plotseling omgetooverd in een waar Luilekkerland.

Dan steeg de luidruchtige vroolijkheid ten top;men zong,danste en droeg moppen voor,om van te watertanden.Het Fransche Volkslied:

Allons,enfants de la Patrie-

Wisselde af met Maleische voordrachten als:

-Derri marang datang Linda-

Derri sawa,toeroen di kalie-

En het tiviale:

-Van Jan o nasi,ando-

-sasa owee!-

Er werd zelfs getandakt,waarbij de deelnemers groote behendigheid toonden in de meest onregelmatige lichaamsbewegingen .het gebeurde wel eens,dat men elkander misverstond,zoodat er onenigheid dreigde,maar dan kwam Jan Koes Koes met zijn basstem tusschen beide en bezwoer den storm door te zeggen-Allewel,zulle,geen ruzie maoken!.-

En zijn woord miste zijn uitwerking niet.Nu komt er zo zoetjes aan opruiming van al die historische gedenkstukken.Het gemeentebestuur zit niet stil in de handhaving der woningwet,die alles,wat oud wordt en versleten,dreigt met vernieteging.Er zijn in de laatsten tijd reeds een aantal dier huisjes verdwenen,welker bewoners eertijds zoo genoegelijk feestvieren en in stillen huiselijken vrede het lied huns harten zongen:

-Vriend,ik ben tevreden

-`t Ga mij zoo het wil,

-In mijn kleine woning

-Leef ik blij en stil-.

Ach ja,in de ouden stadsmuur,welke bij den afbraak bloot komt,ziet men nog de vakjes,kleine nissen,waarin zorgzame moeders hun proviand legden en waarin zeker ook eenmaal Jan Koes Koes zijn documenten heeft bewaard.Kon die oude stadsmuur klappen,wat zou hij ons kunnen verhalen van menschelijk wel en wee.

Maar hij blijft zwijgen:hij roept slechts herinneringen bij ons wakker uit het verleden,dat met zijn woelige drukte nimmer tot ons wederkeert.Zoo gaat het in de wereld.Het oude gaat voorbij en het wordt alles nieuw,hoewel er niets nieuws onder de zon is.De dagen van –Achter de Muur-zijn geteld.

De hand van de sloper staat gereed om neer te halen,wat thans nog staat.De Harderwijkers zien het met kille onverschilligheid aan,dat huis na huis verdwijnt.

Geen traan ontvalt hun oog;zij willen niet eens een laatsten blik werpen op het overschot der eertijds zoo roemruchte wijk.

Dat pleit niet voor hun fijn gevoel en hun zin voor volkshistorie.Maar mogelijk is er een reden voor te vinden.Wanneer zij namelijk in de naasten toekomst de smalle-Pianostraat-herschapen zien in een breeden verkeersweg,dan waardeeren zij in dat toekomstbeeld de zegeningen van hun tijd,die eischen stelt ook aan de woningen van de armste burgers.

En inderdaad,in dien gedachtengang valt het verlies van de arme stulpen,reeds lang der verwaarloozing ten prooi,gemakkelijk,zelfs zeer gemakkelijk te dragen.

Vriend,ik ben tevreden

`t Ga mij zoo het wil,

In mijn kleine woning

Leef ik blij en stil.

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *