Afscheid aan Harderwijk.

 

 

Overveluwsweekblad / Harderwijkerkrant  28 september 1929.

 

Afscheid aan Harderwijk.

Bij het eindigen van het seizoen.

 

Door Zuiderzee en Veluwzand

Door bosch en hei en wei en strand

Ligt Harderwijk omsloten.

Als kleinood van een eerekroon,

O, oude stad, zoo lieflijk schoon,

Zijt gij er in gegoten.

 

Waar ook het zoekend oog U vindt

Uit zee, of wei, of in de wind

Van Galgenberg bevangen,

Uw beelt’nis wisselt telken keer,

Uw schoon boeit altijd evenzeer,

Elks aandacht blijft gevangen.

 

Hoe lokkend wekt Uw stee elk toe!

Uw woners, immer blij te moe,

Zij schijnen wel te vragen:

“Waarheen o vreemdling uweschreen

“Breng hier uw tent of woning heen

“Besluit hier uwe dagen.”

 

Hij die op uwe roep vertrouwt,

Verrukt uw panorama’s schouwt,

Bewondert uwe weiden,

Het deinen van uw watervlak,

Het ruischen van uw looverdak,

Het droomen van uw heiden.

 

En ik, die niet voor vast U zoek,

Weemoedig afscheidswoorden roep,

Zeg bij het huistoe stoomen:

“Wees thans gegroet oud Harderwijk

“Al moet ik gaan, ge hebt gelijk,

“’k Zal weldra wederkomen.”

 

Een voldaan pensiongast, 28 september 1929.

 

Dit bericht was geplaatst in Diverse gedichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *