Bijgeloof op de Veluwe.

 

zwarte katjes

Hutspot

Voor Bijgeloovigen, op de Veluwe.

 

Huislook op het dak geplant, is eene waarborg tegen het inslaan van een onweer.

Een paardenkop op den stal geplaatst, bevrijdt de paarden en het vee van de nachtmerrie.

Wie een zoutvat omgooit, mag het zout niet opnemen, anders heeft twist of ongeluk te wachten.

Wie de geelzucht heeft, moet zich in een vat met teer spiegelen, dan geneest deze ziekte.

Wie in het voorjaar voor het eerst den koekoek hoort roepen, moet vragen: “ Koekoek, bakkersknecht, zeg mij regt, zeg mij waar? Hoeveel jaar ik dit kransje nog zal dragen?” zooveel jaar hij dan roept, zoo vele jaren blijft de vrager in het leven.

Wie met de helm geboren is en denzelve bewaard heeft, is gelukkig in al zijn ondernemingen.

De zevende zoon is gelukkig, in al wat hij doet.

Die een klaverblad van vieren vindt, is gelukkig in zijne ondernemingen en kan vooruitzien.

Laat de keukenmeid het eten aanbranden, of maakt zij het te zout, dan is zij verliefd of verloofd.

Verliest eene vrouw of maagd op den weg haren kousenband, dan is haar man of vrijer ontrouw.

Gaat eene vrouw naar bed, dan moet zij den stoel eerst van de plaats verzetten, waarop hare kleederen liggen, anders plaagt haar de nachtmerrie.

Zoo lang er op den haard een houtvuur brandt, slaat het onweer niet in huis.

Wie een hoefijzer, of een stuk van hetzelve, op den weg vindt, die heeft geluk te wachten.

Wanneer men ’s voormiddags, op weg zijnde, eene oude vrouw te gemoet komt, dan is zulks een kwaad teeken voor de ondernemingen van dien dag.

Wanneer men ’s voormiddags een haas ziet loopen, is zulks insgelijks kwaad.

Wien een zwijn of meerdere varkens tegenkomen, is niet welkom.

Een driekante turf aan het vuur gelegd, geeft dien dag de verschijning van eenen aangenamen gast, of een vreemd bezoek.

Wanneer de schaar met de punt in den vloer valt, vreemd bezoek.

Wien eene vloo op de hand springt, die hoort dien dag een belangrijk nieuws.

Wien de beide ooren suisen, die wordt belogen; wanneer het linker oor suist spreekt men goed, en het regter oor, kwaad van den hoorder.

Wanneer twee klokken gelijktijdig slaan, voorspelt zulks eenen belangrijken doode.

De koekoek na St. Jan roepende, verkondigt duurte.

Men moet het hoofdhaar bij wassende maan laten snijden.

Wanneer het hoofdhaar geknipt is, moet het verbrand worden, of men moet het in vlietend water werpen, want als de vogels hetzelve weghalen, dan vallen de haren uit van den vroegeren bezitter.

Bij eene beenwond waaraan roos is, moet men een naamgenoot met een vuurstaal en steen laten ketsen, zoodanig dat de vonken op het rozige gedeelte spatten, dan zal het been spoedig genezen.

Wanneer de kinderen te zamen soldaatje spelen, met houten sabels en papieren mutsen, is zulks een voorteeken van oorlog.

Waar een ooijevaar op het huis nestelt, heeft de bewoner een lang leven en geluk te wachten.

Bij het vernieuwen van het bedstroo, mag men de banden en knoopen niet laten zitten, dit beneemt de nachtrust.

Waar eene zwaluw aan den stal nestelt, daar sterven de kalven niet.

Een valk of uil op de achterdeur van het huis gespijkerd, houd de musschen van het koren.

Wanneer men op den weg een troep schapen te gemoet komt, dan is men welkom.

Wie des voormiddags eene spin over den rok kruipt, die is die dag gelukkig.

Wanneer zich een bijenzwerm aan het dak van een huis hangt, zal het huis in brand geraken.

Eene vlierstruik voor de staldeur geplant, beveiligt het vee tegen betooveren; en eene vlierstruik voor de keldervensters, bewaart de boter en melk voor betooveren.

Een jonggeboren kind voor het eerst, op de linkerzijde in de wieg gelegd, wordt links.

Men mag met geene ledige wieg wiegen: dit beneemt de nachtrust van het kind.

Geeft men aan kinderen de voornamen der ouders, dan sterven zij nog voor hunne ouders.

Men mag niet over de wieg heenreiken, waarin een kind te slapen ligt.

Men mag niet toelaten, dat twee gelijktijdig aan de wieg wiegen: dit beneemt het kind de nachtrust.

Wanneer het brandhout aan den haard geraas maakt, dan volgt hierop twist.

Bij het eijeren eten, moet men de schalen klein drukken, anders huisvesten er de heksen in.

Witte koeijen willen niet goed groeijen, en het onweer heeft trek op dezelve.

Men mag geene bezems verbranden.

Om de nachtmerrie af te weren, plaatse men de schoenen verkeerd voor het bed.

Om wratten van de handen te verdrijven, strijke men dezelve over het gezicht van een lijk.

Van een gezelschap uit 13 personen bestaande, moet de eerst opstaande het eerst sterven.

De nagels der jonggeborene kinderen, moet de moeder voor de eerste maal afbijten, anders leert het kind stelen.

Men mag bij avond niet met een licht onder de tafel lichten, waaraan een gezelschap gezeten is, anders volgt hierop twist.

Wie aan anderen, bij het spel, geld leent, verliest.

Wie van anderen geld ter leen ontvangt, wint bij het spel.

Eene maagd, die in een gezelschap, het eerste met het mes in de boter spit, zal in geene 7 jaren trouwen.

Wanneer in een huis, waarin een ziekte zich bevindt, de katten elkander bijten, dan sterft de zieke.

Wie katten kwaad doet, dien wacht een ongeluk.

Eene slangentong, in eene voermans zweep gevlochten, doet de paarden met groot gemak de zwaarste vracht trekken, ook drinken alsdan de paarden niet te veel.

Wie een schat graven wil, mag geen geluid geven.

Wie een schat opgraven wil, moet brood en zout bij zich hebben, dan kunnen de spoken hem niet storen.

Als men galnoten, op een eikenblad groeijende, doorsnijdt, vindt men in dezelve eene vlieg of spin; de eerstgemelde verkondigt een harden, de laatste een zachten winter.

Met een witten stok, waarvan de schil afgedaan is, mag men het vee niet slaan, want de plaatsen, die men geraakt heeft, zullen verdroogen.

Wie geld begraven heeft, moet zoolang tusschen hemel en aarde zweven, tot dat de schat gevonden is.

Wanneer eene oude vrouw met roode randjes om de oogen en eene druipende neus, in een huis komt en het kind vriendelijk toespreekt en liefkoost, dan wordt het behekst. Ook is dit het geval wanneer het vee, op den stal door haar wordt bewonderd en aageroerd.

Zingende heimtjes, in de keuken achter de vuurplaat, brengen geluk.

Messen en scharen aan vriendinnen vereerd, snijden de vriendschap af.

Wie bij den nacht in den spiegel ziet, dan ziet den duivel er in.

Hondengehuil voor eene woning, verkondigt een lijk, of een ander ongeluk.

Wanneer de katten zich wasschen, voorspelt zulks mooi weer.

Men mag geene spinnen dooden.

Bij een stervende moet men de vensters openen, om de ziel eenen gemakkelijken uitweg te verschaffen.

Eene buil aan het voorhoofd gevallen, geneest schielijk, wanneer men het plat van een mes er op drukt, dat met een kruis gemerkt is.

Het zaad, dat men zaaijen wil, mag men vooraf niet op eene tafel strooijen; dat komt niet op.

De kinderen vreezen den bullebak: het stoutste kind, wordt stil bij de bedreiging: wees stil, anders komt de bullebak, neemt u mede en steekt u in de zak.

Wie vlaszaad laat zaaijen, moet den zaaijer eene fooi geven, anders bederft het vlas.

Eene raaf of kraai, op een huis schreeuwende, waarin zich een zieke bevindt, voorspelt den dood van den zieke.

Kijkt een hond in den bakoven, waarin men met bakken bezig is, dan wordt het brood afkorstig.

Een drijvend stokje op de thee in een kopje, voorspelt een goed gezelschap.

Roosjes aan de pit eener lamp of kaars, brengen goede tijding of een brief dengenen, die er over zit.

Die verkeerd uit zijn bed stapt, is den geheelen dag verkeerd.

Wil men weten, hoe duur het mud boekweit dat jaar zal zijn, dan snijdt men een boekweitkorrel dwars door, waarin zich aldan het getal 5, 6, of 7 vertoont, dit geeft den prijs, voor dat jaar op.

Zet zich een uil op een huis en vliegt hij schreeuwende voor de vensters, dan sterft er iemand.

Wanneer het regent en de zon schijnt gelijktijdig, dan is het in de hel kermis.

In een schrikkeljaar staat het aan de meisjes vrij, om eenen man ten huwelijk te vragen.

Eene dienstmaagd, die eenen spiegel breekt, krijgt nooit een man.

Droomt men van brand, dan is een huwelijk aanstaande.

Droomt men van eene bruiloft, dan heeft men eene doodstijding te wachten.

Droomt men van visschen, dan sterft een kind in de familie.

Van ongehuwden of jonge meisjes in een gezelschap zal die, welke onder den spiegel zit of die van het gezelschap het eerste opstaat, het eerste trouwen.

Wanneer men aan eene ledige wieg wiegt, dan sterft het kind.

Wie met naald en draad aan zijne kleederen, welke men aan heeft, iets naait of lapt, moet gedurende het werk iets in den mond nemen, anders wordt men vergeetachtig.

Wanneer men een betooverden appel, aan een touwtje bevestigd, des avonds onder eene kast legt, vindt men den anderen dag den appel in eenen kikker veranderd, met een touwtje aan de beenen.

Geldersche Volks – almanak 1845.

knipoog

hendrik van grietjen

 

Dit bericht was geplaatst in Geldersche Volks-almanak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *