De Barneman

 

 

De Barneman.

De Harderwijker visschers weten wel wie en wat de Barneman is.

Dat is de aankondiger van storm uit het Noorden.

Niet altijd komt ie, de Barneman.

Neen, maar enkel wanneer de storm zeer hevig zijn zal. Dan kan het gebeuren dat de visschers hem zien. Hij heeft zijn vaste weg.

Van de monding van de Hierdensche beek ongeveer gaat ie naar de oostelijke kant van de Harderwijker haven. Oude visschers hebben hem menigmaal gezien en steeds is er noodweer op gevolgd.

dwaallicht

Ja, wanneer de Barneman verscheen kon men er op rekenen dat het strooven zou. Dan zou het zóó stormen dat water en wind één werden. Zóó dat je, als je achter op het schip stond, het voorste gedeelte niet kon zien. De storm zou het woedende water zóó geeselen, dat het in honderdduizend fijne druppeltjes door de lucht zweefde en je zou niet weten of je met water of wind te doen had.

Het zou een echte stroofwind zijn.

Je kunt van de Barneman alleen maar zijn lichtje zien. Dat draagt ie op de borst, net als de brievenbestellers doen.

Langzaam en onheilspellend gaat ie van de Hierdensche beek naar de haven, heel langzaam. Zachtjes wiegelt het lichtje heen en weer, op en neer, bij elke stap die ie doet.

De zee ligt daar onder de grijze avond en niets is er wat op storm wijst, maar deBarneman gaat over de wateren, stap voor stap en in zijn brieventasch schuilen de duistere onheilen.

De visschers die hem zien maken ankertouw enz. in orde of probeeren nog binnen te loopen en die veilig en wel in de haven liggen loopen niet uit.

De Barneman gaat over de wateren; zijn lichtje wiegelt onheilspellend heen en weer, op en neer. Neen, die in de haven liggen varen niet uit.

De knechts kruipen in het vooronder en luisteren bevend naar elk geluid dat hun ooren treft. Want de Barneman komt soms aan boord.

Akelig is dat, wanneer ie het water verlaat en op het dek van de schuit stapt. Hij briescht en snuift als een paard, als een wild paard, maar veel harder en zoo onguur.

De knechts slapen niet wanneer de Barneman waargenomen is, maar zitten ten prooi aan hevige angst op hun bankje naast de kooi.

Angst bannerrman

De harmonica komt niet te voorschijn om de melancholische deuntjes te zangeren, nee, de harmonica blijft in de kist.

De knecht luistert en luistert en bij elk geluid springt ie op en grijpt naar zijn hoofd want het kon de Barneman wel zijn die aan boord klautert.

Wanneer de dag aanbreekt kruipt de knecht behoedzaam uit het vooronder en loopt zoo hard ie kan naar huis en verteld daar ontdaan dat men hem weer waargenomen heeft vannacht.

Hij liep weer zijn oude weg. Van de beek ging ie naar de haven en zijn lichtje bungelde op zijn borst. Het wiegelde zacht heen en weer, op en neer……

Een goede zestig, zeventig jaar geleden hebben zeer oude visschers hem nog waargenomen.

Daar is toen een vreeselijke storm op gevolgd.

De wind joeg de golven in fijne stofdruppeltjes uiteen. Het stroofde en doornde geweldig. Verscheidene schepen zijn toen op het land gezet, tot zelfs nabij de weg die van Harderwijk naar Hierden loopt. Daar zijn ze aan den grond geraakt om nooit meer vlot te komen.

Daar zijn ze aan de grond geraakt om nooit meer vlot te komen. Later heeft men ze maar op de plaats gesloopt.

Om zulke vreeselijke gebeurtenissen aan te kondigen komt de Barneman met zijn lichtje zich aan de visschers vertoonen.

Hij loopt zachtjes over de zee en zijn lichtje draagt ie zoals een postbode dat doet, op zijn borst.

Daar hangt het te bungelen en wiegelt zachtjes heen en weer, op en neer……

En in z’n brieventasch schuilen de duisteren onheilen.

XXXXXXXXX

 

Dit bericht was geplaatst in sagen en legenden rond de Zuiderzee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *