De Geldersche Heksenbezweerder.

 

 

 

De Geldersche Heksen – bezweerder

In 1838.

 

Zij dwalen, die gelooven, dat de kunst om heksen te bezweren, verloren is geraakt. Deze edele kunst leeft, en wordt nog met groot gewin in en om het oude Oppidum  Batavorum in praktijk gebragt.

Nog onlangs had, onder anderen, het volgende merkwaardige geval plaats, hetwelk ik mij haast der vergetelheid te ontrukken en mededeel, zoo als het gebeurd is.

Eene reeds bejaarde vrouw, behoorende tot den boerenstand, werd ziek, doch hare ziekte was in den beginne van een minder ernstiger aard, hoewel dezelve van lieverlede toenam; zodat het besje eindelijk haar bed moest houden en het vermoeden, bij de huisgenooten, van dag tot dag veld won, – dat zij behekst was. Vooral gaf aanleiding, om hen in dit vermoeden te bevestigen, eensdeel de aard der ziekte en anderdeels de teekenen die zich opdeden.-

Zonder pijn teerde het vrouwtje uit, staarde strak voor zich heen, kon niet dan zeer weinig, en dan nog ongerust, slapen, nu was zij heet, dan weder koud: daarbij had men herhaalde malen eenen groote roode kat, met vurige oogen, voor het raam zien zitten en zoogenaamde tooverkransjes in het bed der zieke gevonden.

Tot groot gerief der buurt, woonde niet ver van daar een man, die, behalve de gaaf, van te kunnen voorspellen, wanneer een doode in de buurt zal komen, tevens de kunst verstaat om heksen te bezweren.

Natuurlijk, dat men dan ook in dit geval niet aarselde, den kundige man te raadplegen en zijne hulp te verzoeken.

Reeds op denzelfden dag, van den avond, waarop men hem kennis had gegeven, van besjes vermoedelijke beheksing, begeeft de, in dergelijke gevallen hulpvaardige man zich naar het ziekbed, gelast de huisgenooten een duchtig vuur, van vlieren hout, aan te leggen, een nieuwen aarden pot te halen en daarna allen de ziekenkamer te verlaten. Terstond werd alles, volgens ’s mans bevel, in orde gebragt. Het vuur knapte lustig aan den haard, een nieuwe roode aarden pot stond op den tafel. In het vertrek, waar de zieke vrouw lag, bevond zich niemand dan deze en de heksen-bezweerder.

zwartekat

Met eene, bij dergelijke kunstenarijen eigenaardige devotie, nadert de heksen-bezweerder het ziekbed, schuift de gordijnen los, slaat het boek der Vier Uiterstens open, en leest daarin eenige minuten, zich gedurig kruisende; Daarna krijgt hij den aarden pot en beveelt de zieke, in den naam van den H. Antonius, patroon der Parochie, in denzelven haar water te loozen.

Met groote moeite rigt zich de reeds half doode vrouw op, om het haar bevolene te verrigten, terwijl de heksen-meester eenige onverstaanbare woorden prevelt, ( die echter, volgens ’s mans eigene getuigenis, eenen veel beteekenenden zin hebben. )

Nu vat hij den pot aan en zet denzelven op het vuur, schuift een raam op, plaatst zich met het gezigt naar hetzelve, lezende wederom overluid in het boek der Vier Uitersten, tot dat het water der vrouw kookte en een benaauwende stank het vertrek als verpest had. Zegepralende vat hij den kokenden pot aan en smijt denzelve door het raam naar buiten; terwijl de wonderman, de deur van het vertrek opent en zich, op zijn bevel verwijderd hebbende personen binnen roept, hen op de volgende wijze bekend makende, dat vrouw N. niet behekst was.

“Maria Joseph de eere ! de karrewei die ik gehad heb, was haast niet van de stank uit te houden; maar door behulp van den H. Antonius, de necromantie en de kracht des kruises, is het bewezen, dat vrouw N. niet behekst is; want was ze zulks geweest, dan was de vermaledeide heks door het raam in de kamer gekomen, en dan had ik haar gedwongen, om vrouw N. te helpen.”

Alle aanwezenden waren hoogst verwonderd en overtuigd van de buitengewone en bovennatuurlijke kunde van den heksen-bezweerder en vereerden hem eenen geranden driegulden, voor zijne moeite en hulp.

Junij 1840.                                                                             W. v.d. V.

 

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *