De Spinnende Juffer en andere duivelsheden.

 

 

De Spinnende Juffer en andere duivelsheden.

Resten van heidendom op de Veluwe en in Salland.

 

Judith Schuyf werkt momenteel aan een geheel vernieuwde en uitgebreide versie van haar boek Heidens Nederland, dat in de loop van 2016 bij uitgeverij Matrijs in Utrecht zal verschijnen. Bijgaand artikel over de Spinnende Juffer is nog op basis van de vorige editie uit 1995 gemaakt.

 

© Judith Schuyf. Heidens

 

Verzaakt u de duivel? Ik verzaak de duivel.

En alle duivelse toverij? Ik verzaak alle duivelse toverij.

En al duivels werk? Ik verzaak al duivels wek en woorden.

Donar en Wodan en Saxnot en alle demonen die met hun metgezellen zijn.

 

Deze formule, die we kennen uit een 9de eeuws handschrift, werd in de middeleeuwen gebruikt bij het afzweren van het oude geloof en de aanname van het christendom. Toch blijven er gedurende de middeleeuwen steeds berichten verschijnen dat priesters er voor dienen te zorgen dat de bevolking zich niet opnieuw overgeeft aan het heidendom. Dat had ten dele te maken met het feit dat de geloofsovergang vaak eerder een politieke dan een religieuze achtergrond had. De eerste missionarissen maakten gretig gebruik van de mogelijkheden, hen door de paus geschonken om bepaalde elementen van het heidendom over te nemen. Voor hun prediking vertrokken ze liefst naar een van ouds bekende heilige plek, omdat het volk gewend was hier bijeen te komen en om juist op die plek proefondervindelijk aan te kunnen tonen dat de christelijke god machtiger was dan de germaanse goden, die immers niets tegen de nieuwe prediking konden verrichten.

Daarnaast bleef het volk liefst zoveel mogelijk bij zijn oude heilige plekken. Toch blijkt het niet makkelijk te zijn om uit te maken of en zo ja op welke wijze elementen uit het heidendom direct in het christendom zijn overgenomen. In het volksgeloof werden er veel elementen en plaatsen overgenomen die nog uit de heidense traditie stamden. Dat wil niet zeggen, dat de bevolking nog daadwerkelijk in de oude heidense goden geloofde, maar de grens tussen christendom en oude traditie was wel vaak erg smal. Bovendien was in het volksgeloof, zoals we dat uit de geschreven bronnen van de late middeleeuwen kennen, de scheiding tussen wat wij nu magie zouden noemen en christelijk geloof vaak zeer moeilijk te trekken. Bij magie verricht men een handeling met het directe doel iets te verkrijgen, waarbij het bovennatuurlijke alleen de rol van het directe behoeftebevrediger vervult.

Na de Hervorming ging de protestantse kerk jacht maken op de “Paapsche stoutigheden” en dan zijn het juist de resten van heidendom die in het middelpunt van de belangstelling komen te staan en verdwijnen. Daarom zijn de actuele overblijfselen ten noorden van de Grote Rivieren veelal verdwenen. Een uitzondering daarop wordt gevormd door de Veluwe. Juist doordat dit gebied zo lang woest gelegen heeft zijn er veel overblijfselen te vinden op plaatsen waar volksverhalen aangeven dat er in het verleden geheimzinnige zaken aan de hand waren: de Mythstee, de Dobbe Gelle, het Solsche gat. Wat hebben deze plaatsen voorgesteld?

Daarover gaat dit artikel.

Wat weten we precies van de inhoud van de pre- christelijke godsdienst? Op uitgravingen, berichten bij antieke schrijvers zoals Tacitus, middeleeuwse heiligenlevens en folkloristische gebruiken kunnen we ons daar enkele ideeën over vormen, hoe fragmentair ook. De Germanen en Kelten, die in de Lage Landen woonden, aanbaden verschillende aspecten van de natuur. Daarbij was vooral de vruchtbaarheid en de genezende kracht van de natuur van belang. Ook werden lokale goden en godinnen vereerd, die over het heil van de gemeenschap waakten. Wellicht waren dit voor een deel vergoddelijkte voorouders, waarvan men de verering uit eerdere perioden (bronstijd) nog voortzette. De goden en godinnen werden vereerd in heiligdommen die als open ruimten in de natuur waren aangelegd. De offerplek werd door een aarden wal omgeven; binnenin vond men offerschachten en enkele palen of bomen.

Pas met de komst van de Romeinen krijgen goden een meer menselijke gestalte, die ook als zodanig wordt afgebeeld. De Romeinen stelden de plaatselijke goden waar dat kon gelijk met hun eigen goden; zo ontstonden mengnamen als Mars Halamardus en Hercules Magusanus. Voor deze goden werden stenen tempels gebouwd van een vierkant type, staand op een open binnenterrein. Zulke tempels zijn onder meer opgegraven intempel elst

Nijmegen, Cuijck ( te zien op het ARCHEON ) en te Empel bij ’s Hertogenbosch. Ook in de pre-christelijke periode bestond er geen scheiding tussen kerk en staat: heiligdommen dienden ter verering van goden, om hulp te zoeken tegen ziekten en andere noden, maar vormden tevens centra voor het wereldlijk gezag, dat op deze wijze gelegitimeerd werd.

Na de terugtocht van de Romeinen in de vierde eeuw blijft het enkele eeuwen duister.

Wanneer we over schriftelijke bronnen beschikken, in de loop van de 8ste en 9de eeuw is de kerstening in volle gang. Christelijke missionarissen verwoesten heilige bomen, stenen en drinken uit/dopen in heilige bronnen. Blijkbaar was de verering van deze natuurlijke elementen gewoon door gegaan. Uit deze periode kennen we de namen van enkele belangrijke goden: Wodan en Donar. De godinnen blijven nog naamloze bewakers van de lokale gemeenschap. Na de kestening ontstaat langzamerhand een scheiding van functies binnen de oude heilige plaatsen.

Sommigen blijven binnen het religieuze systeem, als centrum van (volks) geloof. Anderen krijgen een functie binnen het wereldse systeem. Toch is in alle gevallen nog wel na te gaan dat ze binnen het oorspronkelijke geloof iets betekend hebben: door de aard van de plaats ( een boom, bron of steen speelt bij voorbeeld een belangrijke rol ), door de handelingen die er verricht worden ( inzegeningen, ambtsaanvaarding, rechtspraak). Weer andere plaatsen raken gedemoniseerd: de duivel zou er bepaalde handelingen hebben verricht. Zo vinden we: in Apeldoorn het Duivelsdal in het Meerveldsebos, ten oosten van Vierhouten het Duivelsbos; onder Telgt bij Ermelo ligt de Hooge Duvel, een heuvel waar urnen gevonden zijn en stenen pijlpunten. Bovendien zagen reizigers er regelmatig weerwolven. In Hoog Soeren ligt de Duivelsdel en een Heidens Gat; ten slotte ligt in het Olderbos ten westen van Apeldoorn een Germanenkuil.

Men neemt wel aan dat verhalen waarin de duivel in combinatie met de kerk een rol speelt verwijzen naar oude offerplaatsen:

In Doornspijk, buurtschap West-Engen op de Kerkehull, zou oorspronkelijk de kerk van de Nicolaas zijn gebouwd, doch de heidense bewoners droegen ’s nachts de stenen weg en brachten ze naar een andere plaats, waar toen de kerk maar gebouwd werd. Deze kerk brandde in 1825 af; de nieuwe kerk ligt landinwaarts in Werfhorst.

In de kom van Beekbergen verheft zich een kleine hoogte, die de vorm van een offerplaats heeft. Volgens de overlevering droegen de heidenen ’s nachts de stenen weg van die kerk die gebouwd moest worden naar de heuvel; de kerk werd toen maar daar gebouwd.

In andere gevallen verwijst slechts het volksverhaal naar de herkomst van opmerkelijke stenen in het landschap.

Zo wordt in 1844 op de NO-Veluwe melding gemaakt van de Rieze Pinke, een grote steen die men tussen de beide Hullen bij de Woldbergen kon vinden. Deze offertafel(?) zou in een hele rij van stenen passen, die allemaal min of meer in dezelfde richting een kwartier gaans van elkaar bij een waterbron gevonden zijn.

260px-Bloedsteen_te_Ede

De geheimzinnige Bloedsteen bij Ede, waar boekhandelaar Pel uit Ede al jaren onderzoek naar doet, kan eveneens zo’n offertafel geweest zijn.

Heilige bomen, bronnen en stenen werden binnen het religieuze systeem gehouden door er een kapelletje naast te bouwen. De verering van eiken en lindebomen was vooral een verering van Maria. Via haar kon men bij de heilige boom genezing verkrijgen voor vele kwalen.

In de buurt van Ruurlo, stond in Linde een oude kapel, die in 1837 gesloopt werd. Deze werd gebouwd op de plaats waar vroeger een heilige linde stond.

In 1637 ging men nog van Deventer en elders ter bedevaart naar Holten en de heilige boom bij het Friezenwijk. Ook bij Raalte was een heilige boom.

Een uur gaans van Wijhe stond vroeger een heilige eikenboom met een kapelletje.

Heilige bronnen, die men op de Veluwe niet meer aantreft, waren vaak gewijd aan een plaatselijke heilige, in wie men de opvolgster van de vrouwelijke godinnen uit de pre-christelijke tijd kan zien. Vruchtbaarheid en genezing voor vele kwalen kon men uit de bron ontvangen.

Op de Veluwe en in Salland treft men vooral veel resten van oude vergaderplaatsen aan. Deze hebben vaak een primitief uiterlijk, ze liggen weg van de bewoonde wereld en er doen allerlei geheimzinnige verhalen de ronde over.

Zo lag in Spoolde onder Zwolle de Spoelderberg, de oude vergaderplaats van Salland. In Putten vinden we de Renselerberg. Het is een kleine heuvel, waar de geërfden in de maalschap onder Putten, vaak ook Nijkerk, jaarlijks door twee veldgraven omtrent Sint Maarten bijeen werden geroepen. Ook hier de seend( de jaarlijkse belasting) aan de bisschoppen betaald.

Daarnaast worden in het bos vaak kuilen gevonden waarvan de logische herkomst niet duidelijk is, en die in vele gevallen als vergaderplaats of rechtsplaats  gediend hebben.

Zo vinden we in Vierhouten de Bommelskuil ( Bommel=duivel), in Gortel de Prinsenkuil in het Gortelsebos en in Putten de Gebbekuil.

Gebbekuil Putten

Bij Bredevoort lag het huis Walfort, aan de voet van een heuvel, waar het gerecht oorspronkelijk plaats had. Dit was de enige plaats in Nederland waar het van oorsprong saxische veemgericht zitting hield.

De Herenkuil te Englanderholt ( 1 km. Ten westen van Beekbergen) was als zetel van de Hooge Bank van het Veluwse landgericht een van de belangrijkste gerechtsplaatsen in Gelderland.

Onder Nunspeet ligt in een thans niet toegankelijk deel van het bos de merkwaardige Mythstee, waaraan de 19de eeuwse topograaf Van der Aa een uitgebreide beschrijving wijdde. De Mythstee zelf bestaat uit een hoefijzervormige omwalling naast een meertje gelegen; de hoogte der wallen is ongeveer 4,5 meter. Er op of er bij lagen prehistorische grafheuvels, die echter zeer summier door een locale liefhebber zijn opgegraven.

nunspeet

Bovendien bevonden zich in de wal 17 gaten in de grond en in het binnenterrein drie cirkelvormige zitplaatsen met een middellijk van ca. 10 meter. Het terrein werd in 1938 door F.C. Bursch van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden opgegraven. De drie “cirkelvormige zitplaatsen” bestonden uit een paalkrans met greppel aan de binnenzijde; de kuilen bleken een halve meter onder de bodem een laag houtskool te bevatten van omstreeks een handbreed dikte. Er werd geen aardewerk gevonden en daar de C-14 methode toen ook nog niet bestond, kon de aanleg niet gedateerd worden en al evenmin was het duidelijk waartoe ze gediend had. Volgens de overlevering zou het hier om een oude gerechtsplaats gaan. In de onmiddelijke nabijheid bevindt zich de Hemelsche Berg, met resten van uitgeholde cirkels ( in 1844 nog te zien, thans verdwenen ) en enkele honderden meters ten zuiden daarvan een urnenveld, dat bij de dennenaanplant in 1920 geheel verwoest werd. Op de Veluwe worden vaker dit soort hoefijzervormige walletjes of zitplaatsen vermeld, o.a. op de Roekelsche berg. De walletjes, die mr. Nairac in zijn “Oud Hoekje der Veluwe”uit 1878 vermeldt zijn echter zeker resten van prehistorische akkers zgn. Celtic Fields geweest, zoals uit de beschrijving duidelijk blijkt.

De geërfden van Stroe vergaderden jaarlijks op pinkstermaandag in de herberg van Rave, maar vroeger gebeurde dit op de Slangen-Pol, een grafheuvel blijkens de vele aardewerkvondsten; een langwerpige ronde heuvel, ongeveer 10 meter lang, 5 meter breed en 2 hoog.

Een plaats die zeer tot de verbeelding spreekt is het Solsche gat, een geheimzinnige laagte, waaromheen veel spookverhalen de ronde doen.

Een Veluwenaar vertelde dat zijn oom omstreeks 1870 bezoek kreeg van een man uit Uddel, die ’s avonds via de Solsche weg weer terug naar zijn dorp liep. Ter hoogte van Garderen kon de man niet verder: het was er vol mensen. Deze gebeurtenis werd geduid als een geval van voorgezicht: het jaar erop werd op die plek een kerkhof aangelegd en bij de eerste begrafenis die er plaats vond, was het er net zo vol.

Solsche Gat

Een ander verhaal vertelt dat dicht bij het Solsche gat een schaapherder een vreemdeling vermoordde en hem daar begroef. Het lijk werd ontdekt, maar de schaapherder werd niet verdacht totdat hij zelf overleed en zijn lijk zich iedere keer boven de grond werkte. Men begreep dat hij een moordenaar was die geen rust kon vinden en legden het lijk op een kar met twee paarden zonder toom of bit ervoor. Bij het Solsche gat gekomen wilden de paarden niet verder. De schaapherder werd bij het Solsche gat begraven en sindsdien spookt het daar.

In het Solsche gat klinkt ’s nachts klokgelui. Men zegt dat de klokken van Putten erin verzonken liggen. Anderen zeggen, dat er een kerk heeft gestaan, die verzonk. Wanneer men om middernacht met het oor tegen een boom luistert, kan men de klokken horen luiden.

Volgens weer anderen heeft er een klooster midden in het bos gelegen, waarvan de broeders hun ziel aan de duivel hadden verkocht. Op een kerstnacht voor vele jaren brak er een geweldig onweer los: toen zonk het klooster met al zijn bewoners in de diepte.  ’s Morgens zagen de bewoners een vervaarlijk diepe kuil, want de aarde had zich geopend en weer gesloten.

In een holle boom bij het Solsche gat zou een juffer hebben zitten spinnen. Zij verwees naar de schat, die zich “ diep in het Solsche Gat” zou hebben bevonden, maar niemand heeft deze ooit gevonden.

In Drie ( Veluwe) lag de boswachterswoning het “Heilig Huisken” waar gedurende lange tijd de maalmannen van het Speulderbos voor het holtspraeke bijeen kwamen. ( tot 1641). De malen van het in 1597 één bestuur gebrachte Putter- en Speulderbos vergaderden sinds 1606 in de kerk van Putten; daarvoor in het Solsche Gat. Ook hier lagen veel grafheuvels in de onmiddellijke nabijheid.

Een vergelijkbaar geval is de Dobbe-Gelle in Vaassen, ook een concentratiegebied van grafheuvels. In de barndt, een rest van het middeleeuwse Vreebos ligt een dobbe ( watergat uit de IJstijd; 35-70m en 2,50 tot 3.50 m diep ). Aan het noordeinde ligt een kleine waterkom en in de zuidelijke helft een vierkante ruimte met een zodenbank. Jaarlijks zat de holtrichter er de vergaderingen van de maalmannen voor onder de heilige boom.

Een bijzonder geval vormt de Groene Heuvel of Vrijplaats, onder Doornspijk ten N.O. van het huis Oud Putten. Van deze plaats, waarop een oude lindeboom geplant was, de Vrijboom genaamd, konden gedurende 40 dagen vluchtelingen en misdadigers niet gehaald worden.

Prehistorische grafheuvels werden in een aantal gevallen secundair gebruikt als galgenberg. Als de galg op een berg werd opgesteld, dan betreft het een berg die door zijn naam of vondsten aangeeft in eerdere perioden als heilig of woonplaats van een god te zijn aangeduid. Kunstmatige heuvels die galgenberg waren waren vrijwel altijd een grafheuvel.

Wat betreft terechtstellingen in de middeleeuwen moet men onderscheid maken tussen drie verschillende plaatsen: de gerechtsplaats, in later tijd vaak Het Kasteel, de herberg of het rechtshuis, waar recht gesproken werd, de terechtstellingplaats, waar het vonnis werd gebracht, meestal voor het stadhuis gelegen en voorzien van allerhande marteltuig van schandpaal tot schavot en de tentoonstellingsplaats, buiten de bebouwde kom, waar het lijk na de terechtstelling werd opgehangen/op het rad gezet om het te laten schoonpikken door de wilde dieren. Dit is het galgenveld of de galgenberg. Het ritueel waarmee de terechtstelling omgeven werd borg vermoedelijk nog sterke herinnering in zich, borg aan de oude germaanse dodenrite, o.a. door zijn oriëntatie op het noorden. Oorspronkelijk lagen de galgenbergen/velden altijd ten noorden van steden of wateren; de beul moest na de dood het gelaat van het slachtoffer naar het noorden draaien en het lijk werd aan de goden die in het noorden zetelen overgelaten. De galg moest van eikenhout zijn en moet het houten penning in elkaar gezet: ijzer was taboe. Ook het schoon laten pikken door vogels van het lijk heeft een zeer lange voorgeschiedenis; het lijk werd of aan de galg gehangen, of op een rad gezet, dat sterke overeenkomsten vertoont met het zonnerad.

Van dit soort galgenbergen vinden we vele voorbeelden, zoals:

Boven op de Amersfoortse berg stond de galg op een kleine afgeknotte heuvel met een platform van 12 meter in diameter. Het “oude gerecht” lag enige honderden meters verder van Amersfoort verwijderd aan de andere zijde van de weg. In de nabijheid loopt een oude middeleeuwse weg. Bij opgravingen in de vorige eeuw werd aangetoond dat de galg op een oude grafheuvel was opgericht.

Op de Bergsham bij Garderen liggen op de open heide een tiental grafheuvels, die goed zichtbaar zijn op een kopje in het terrein.

Grafheuvels Bergsham Garderen

Op de middelste heuvel, de hoogste, stond zeker vanaf het einde van de 18de eeuw de galg. Vanzelfsprekend spookt het op deze plek. Bij lichte maan ziet men wel de verschijning van een gehangene aan de galg terwijl een troep hazen er poot aan poot omheen dansen. In de nabijheid vond men in het eiken kreupelhout nog op het eind van de 19de eeuw sporen van een oude vergaderplaats, cirkelvormig uitgegraven met een middellijn van 20 meter. De zitplaatsen waren nog te herkennen.

Ten slotte vinden we, vooral op de Veluwe, veel bergen met een naam die duidelijk verwijst naar oude goden. Wellicht waren deze bergen oorspronkelijk aan deze goden gewijd.

De Donderbergen moeten aan Donar gewijd zijn. Deze waren te vinden in Rhenen, Leersum, Dieren en Herten.

De zon werd vereerd op de Zonneberg te Zwolle, Gorssel, Doorn, Kampen, Hexten, Agelo, Aperlo, Wierden, Vorden, Wageningen en wellicht Utrecht en Oosterbeek ( waar twee buitens, de laatste zeker nog middeleeuws, Zonneberg zijn genaamd). Op het landgoed de Wildenborgh bij Vorden lag een Zonnebelt, wellicht een oude offerplaats; aan het begin van de eeuw werd een hoefijzervormige omwalling op ontdekt. Om de plek spelen veel sagen; o.a rondom de nabij gelegen Schelleguurkensbelt, een heuvel met bron. Hier zag een arbeider op een donkere nacht een verlichte ruimte, waarin zich een schat bevond. Soms hoort men er in de kerstnacht een klokje. Een Guurken is een klein ondeugend mannetje. Bij Kampen en ten NO van Zwolle ligt een Manenberg. In Oosterbeek, Arnhem en Nunspeet vinden we Hemelse Bergen, die wellicht direct naar de hemel genoemd zijn, wellicht, gelijk de Duitse Himmelsbergen naar de germaanse god Hemdal Over de Hemelsche Berg in Nunspeet weet Van Der Aa nog als bijzonderheid te melden dat op beide kruinen van de berg zich drie ronde gaten bevinden met een onderlinge afstand van 8 ellen, in een driehoek gelegen. “Men hout die voor heidense offerplaatsen”.

Aan Hel ( godin van de onderwereld ) herinnert de Helsberg te Rheden. Nog maar heel vaag is de herinnering aan de oorspronkelijke in een naam als Heidensberg ( Kootwijk). Deze kan overigens even goed eens een verblijfplaats van zigeuners ( heidens) zijn geweest.

Op de top van sommige bergen brandde met pasen het Paasvuur, oorspronkelijk als aanduiding van het begin van de lente. In Ede, Lunteren, Lochem en Wisch vinden we nog een paasberg. In de onmiddellijke nabijheid van de Paasberg van Ede vinden we een Wittewievenkuil . In Ede werd het paasvuur gebruikt om vrijgesproken schuldigen symbolisch te brandmerken: boven de brandstapel werd in een spar een strop gehangen.

De Lunterse Paasberg was ook in de werkelijkheid Galgenberg. De bekende Paasheuvel waar in de jaren dertig de AJC op bijeen placht te komen, is niet oud, maar in de jaren dertig aangelegd in het kader van de werkverschaffing.

In Ughelen bij Arnhem ligt een Bakenberg, in de onmiddellijke nabijheid van de dingplaats, de zetel van de Hoge Bank van het Veluws landgericht. Vermoedelijk stond hier een teken, waarschijnlijk een vuurbaken op.

Bij Amersfoort ligt de Heilige Berg, waar graaf Ansfield in 1006 een klooster stichtte, de later Sint Paulusabdij in Utrecht. Ook bij Roekel bij Ede vindt men een Heilige Berg, waar in de vorige eeuw nog resten van wallen en grachten te zien waren, die beurtelings als de resten van een burgwal en van een heidense cultusplaats verklaard worden. Het terrein ligt aan een oude middeleeuwse weg, de Die-weg, en in de omgeving vinden we veel grafheuvels en een galgenberg.

Is de functie vanuit de bovenstaande namen nog enigszins te verklaren, veel moeilijker wordt dat met de volgende groep.

Binnen de aan grafheuvels toch al zeer rijke Veluwe vallen een aantal concentratiegebieden op. Bij Speulde en Ede vinden we een Drieberg, evenals bij Lunteren. Op de Drieberg even ten noorden van Speulde lagen in 1841 nog 23 grafheuvels, met nog een aantal op de heuvels in de nabijheid ( Toverberg, Paalberg, Tonnenberg); Heldring zag in dezelfde tijd op de Lunterse Drieberg drie heuveltjes liggen “en wonderlijke verschansingen of afgravingen in de nabijheid”. Op de flanken van de Drieberg in Ede liggen momenteel nog vijf grafheuvels ( klok 1978/9, 64)

09C-archeologie-in-ede-grafheuvels-drieberg-op-de-ginkelse-heide

De namen Zwart en Wit komen in het volksgeloof regelmatig voor in de context van dood en begraven. ( De Haan 1976.)

Mogelijk kan het naast elkaar voorkomen van deze namen ( b.v. in het namenpaar Zwartenberg/ Wittenberg in Stroe en Zwarte en Witte Kolk bij Keppel op een met de dood verbonden plaats wijzen. Bij de twee kolken in Keppel vinden we bovendien nog een Paardenkolk en een merkwaardige afgeplatte ( kunstmatige?) heuvel, de Wrangenbult.

witte wieven

Een dozijn witte wieven duikt om middernacht op uit de Witte Kolk om dan naar de Wrangenbult, hun plaats van samenkomst te gaan.

Het is niet toevallig dat op de Veluwe vooral resten van bergen, galgenbergen en vergaderplaatsen worden gevonden. Het was in de middeleeuwen immers een dun bevolkt gebied. De bevolking woonde aan de randen van het grote plateau. De woestheid van het grote middengebied zal hen angst en ontzag hebben ingeboezemd. Hier moesten wel allerlei bovenaardse wezens huizen.

Judith Schuyf, 1995.

 

Met dank aan Judith Schuyf die haar toestemming verleende om dit artikel te mogen plaatsen op deze site.

Eventuele foto’s zijn toegevoegd door hendrikvangrietjen.nl.

hendrik van grietjen

                                          

 

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *