Een oude Profetie….

 

Een oude Profetie, een oude spook-

geschiedenis en een oud rijmpje

betreffende Harderwijk.

 

Bij het doorzoeken van het oude en zoo zeer belangrijke archief dezer gemeente, tot het bijeenverzamelen van gegevens voor een Geschiedenis der O.L. Vrouwe – of Mariakerk, welke ondergeteekende nog eens hoopt in het licht te doen verschijnen, ontmoette ik hier en daar van die opmerkingen en mededeelingen, welke ik niet nalaten kon eens over te nemen, en zoo vind ik, onder mijne stukken, zulk een overgenomen profetie, spookgeschiedenis en rijmpje.

Ten einde de waarde hiervan niet te verkorten, wijl uit deze geschiedenis de groote eenvoud van de oude Harderwijkers blijkt, geef ik ze in taal en stijl terug zooals ik ze vond.

De profetie dan luidt:

Nadat sedert het innemen der kerke tot den openbaren Christelijken gereformeerden Godsdienst door onse voorvaderen sedert de reformatie gedaen en daerop gevolgde auctoriteit van onse hoge overigheijt tot op den huijdigen dag ( 1756 ) dese kerke rustig en vreedig gebruijkt werd; zoo is aen die van ’t Pausdom toegelaten haere Godsdienst in alle stilte en sonder eenige uijterlijke ceremonien soo wel in de steden als ten platten Lande te mogen oeffenen. Ondertusschen gebeurde het anno 1734 datter onder de hand geseijt wierd en als een gerugt ging, datter een prophetie met relatie tot dat selve jaer was, en daerbij voorseijt wierde, Dat als de Sacramentsdag kwam op St. Jansdag, namentlijk den 24 Junij, op die tijt alle de kerken wederom door die van ’t Pausdom zouden genadert worden, welk voorgeven zodaene alteratie in veele steeden veroorsaekt heeft, dat de Regenten om alle wanorde voor te koomen haer guarnisoenen in Holland hebben versterkt, hare wagten verdubbelt en genoegsame alle hare ingesetenen in beweginge gehouden soo dat ( Godt lof: ) tot nog toe niets daer op gevolgt is; inmiddels zou we alhier kunnen bijvoegen, dat ’t Sacrementsdag op St. Jan Sal komen 1886, 1943, 2038, 2190, 2258, 2326, 2410, 2573, 2630, 2782, 2877, 2945, 3002  en zoo vervolgens als in de groten almanack van Clairus ( 1 ) gevonden.

Is het jaar 1734 rustig voorbij gegaan, ook in 1886 is er van die “ Profetie met relatie” niets bewaarheid geworden. De geschiedschrijver zou toen hebben kunnen boekstaven, dat de openbare Christelijke gereformeerde Godsdienst onzer voorvaderen zoodanig was verdeeld, dat er toen behoefte was aan vier kerken waarin ieder sekte haar leer verkondigde, namelijk, in de Nederduitsch Hervormde of Groote Kerk, de Christelijk Gereformeerde of Afgescheidene Kerk, die van den Protestantenbond en in de kerk der Gereformeerden of meer bekend onder den naam van Doleerenden.

En wat zal hij in het eerstdaarop volgens jaar 1943, waarop de H.Sacramentsdag met dien van St. Jan weder samenvalt moeten vermelden?

Wij willen ons hierin niet verdiepen en zullen overgaan tot de mededeeling der Spookgeschiedenis.

Buiten de Luttekepoort, vroeger de St. Nicolaas poort geheeten, stond in vroeger tijden nabij “ de Holtcamp” een ziekenhuis. Op de poort van dit ziekenhuis, dat nog al uitgebreid moet zijn geweest, want er was een Dokter en Apotheker aan verbonden, die met vrijheid van wacht en andere voorrechten begunstigd waren, stond de Heilige en Ridder St. Joris afgebeeld.

Reeds in 1344 stond dit gesticht reeds hier toen de schippers en zij die ter zee voeren dit hadden gesticht en van Bisschop Johan de goedkeuring tot oprichting dezer kapel, Jeruzalem genaamd, verkregen. Toen de Franschen in 1672 Harderwijk plunderden en verwoestten, hebben zij dit kerkje vernield waarna het is afgebroken en tot zaaiveld verwerkt. Bij dit ziekenhuis schijnt een afzonderlijk gebouw te hebben behoord waar zij die aan de pest leden of met lazerij ( melaatsheid ) besmet waren, werden verpleegd. Dit gebouw, het Leprohuis genaamd, werd door Hendrik van Brienen gesticht, die bezitter was van Hoog en Laag Bijssel en het kasteel van dien naam bewoonde, dat in 1367 ter vervanging van het door de zee verzwolgene “ eenkennige” landwaarts werd geplaatst en gebouwd, maar ook aldaar in 1717 door de zee werd verwoest. Welke Hendrik van Brienen dit nu is geweest, want het is mooglijk dat er meer met dien voornaam te Harderwijk hebben gewoond, weet ik op dezen oogenblik niet juist, maar wel weet, dat in 1440 een Hendrik van Brienen onder de Gemeensluiden behoorde, die, volgens het Kerkenboek, toen door Burgemeester Coolwagen beëdigd werden.

Het is ongeveer te dezer plaatse, namelijk bij dit ziekenhuis of Leprooshuis, dat de spookgeschiedenis plaats vond, zooals niet minder als de veelgeleerde Burgemeester Mr. Ernest Brinck in zijne memorien heeft aangeteekend. Aan een afschrift hiervan ontleen ik het volgende:

“ Buyten de Groote poort hier te Harderwijk plagt een schuijr te staen daer men in tijden van Pest de sieken in bragte. In dese schuijr plagt het seer te spooken en men seijde dat aldaer die katten eenen dans hielden vast alle nagten.

Een man verweddede een tonne biers aldaer te willen verblijven bij nagt tot dat hij een ganse gaer braede, ’t welk als hij begon te doen, soo komt bij hem sitten aen ’t vier bonte kat, dewelke hij met zijn hand over het lijff streelde en haer vraegde: Bonteke puijs van waer komt gij?

Kort daerna arriveerde nog meer en veele tot dat den laetsten zij bij de pooten greepen beginnende te dansen en te singen, waer in de bonteke puijs haer voorging aldus Arnt Warmbout, vraegde, mijn bonteke puijsje, van waer komt gij? Hij dat hoorende greep het spit met de ganse, sloeg onder de hoop en raekte se alle. ’s Anderen daegs bevond men sommige oude wijven in den Oosterwijk de een hebbende een blaeuw oog en andere een blaeuwe arm.

Ten slotte het toegezegde rijmpje, waaruit, meer als uit het vorenstaande de goede, oude tijd ons tegenlacht:

“ Tot lof en Glorie van God onser Heer

Behoort men te schrieven sijn weldaed ’t allen termijn

In ’t Gnlden jaer, als men schreef 1500 min of meer,

Koft men een schepel Terwe, een goede kannen rijnsche wijn,

Een roggebrood, een kop butter, een jong gansken fijn

T’ samen om een oort van een Keurvorster( 2) gulden even;

Hier of laat ons God danken, zoo langh als wij leven.”

H. Portheine Jr.

(1) Alexis Clairaut was een uitstekend Fransch wiskundige die den 13 Mei 1713 te Parijs werd geboren, bestudeerde reeds op zijn 10de jaar het boek van I’ Hopital over de kegelsneden, werd op zijn 18 jarigen leeftijd in de Akademie opgenomen en deelde aldaar in 1743 zijne beroemde theorie mede van de gedaante der aarde op hydostatische gronden en werd de eerste Fransche wiskundige die afgaande op Newtons uitvindingen nog verder ging. Hij overleed 17 Mei 1765.

(2)  Een keurvorster gulden deed destijds 28 stuivers.

XXXXXXXXX

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *