Een paar straatnamen in Harderwijk.

Over Veluws Weekblad.   

31-12-1931

 Een paar straatnamen in Harderwijk.

 

    Hoe aardig “De Legende van de Hondegardstraat “ook bedacht is, ’t lijkt me geen volksoverlevering,wat toch wel de eerste voorwaarde voor een legende is.

    We lezen dan ook in Schrasserts “beschrijvinge der stadt Harderwijck”,dat de straat” daar men van de Broederen tot de Hoge Strate gaat” de “Suyderstrate”heet, dat wij tegenwoordig Zuiderstraat zouden schrijven.

    Dat was in 1734, dus 200 jaar geleden.En Schrassert voegt er bij:”Vulgo Hondegat-strate”. Het volk noemde die straat dus toen reeds zoo.

    In mijn jongensjaren en denkelijk nog wel in den volksmond, werd dat Hondegatstraat uitgesproken als Hondegestraote.

    Een schrijver in de vijftiger jaren van de vorige eeuw was er,blijkens zijn opstellen in het Overveluws Weekblad van toen, wel zeer verlegen mee. Hondegat was hem wel wat ordinair, Hondege had voor hem, geen geboren Harderwijker, geen zin, en daarom maakte hij er in zijn verlegenheid Hondeke van, Allicht op het voorbeeld van kindeke,manneke en dergelijke verklein woorden, en hij heeft er zeker in’t geheel niet aan gedacht, dat zijn Hondekestraat zeer gemakkelijk tot een nog ongewenschter naam voor die straat kan leiden.

    Maar nu heet die straat volgens haar naambordje hondegardstraat. Of de gemeentelijke naamgever van voor enige jaren met “de legende van de Hondegardstraat”bekend is geweest?

    In de gemeente-verordening van 10 Maart 1862 was het nog Hondegatstraat, naambordjes aan de straten vond men toen te kostbaar en onnoodig, en in de verordening gaf die naam aan niemand aanstoot, omdat niemand die las.

    In de politie-verordening van 9 Mei 1899, die misschien bij het bestellen van de straatnaambordjes nog geldend was, is bedoelde straat Hondegaartstraat genoemd.

    In de meergenoemde “legende”wordt ook nog medegedeeld, dat het straatje, bij alle oud-Harderwijkers bekend als het “Bewaorschoelsteegje”eigenlijk het Heer-Aalt-straatje diende te heeten. In de Schrasserts tijd heette het reeds Heer-Aalt-straatje. Of dat nu naar een Heer Aalt Berends is geweest;of het om de pakhuizen van Heer Aalt in dat straatje of om andere redenen naar hem genoemd is, zal wel niet meer na te gaan zijn.

    Zeker is wel,dat die mijnheer Aalt een man van beteekenis moet geweest zijn in zijn dagen.In de verordeningen van 1862 en 1899 is het “Heeraalten straatje”geworden, waardoor oorsprong en betekenis verduisterd worden.

    Van Sint-Jansdal maakt men toch ook niet Sint-Jannendal,van Stationslaan geen Stationnenlaan?—En de besteller van de naambordjes heeft er Heeraltstraatje van gemaakt, dat onbegrijpelijk is. Hoe hij daartoe gekomen kan zijn?

    Denkelijk door slechts op het gehoor af te gaan. Hij zal het Harderwieksch Heeraalt gehoord heben als Heralt. Zoo zou men hansop als hands-up kunnen verstaan! Maar dat hij daarbij alleen op het hooren is afgegaan en niet ook eens de verordeningen geraadpleegd heeft,die hij allicht maar voor het grijpen had, zou hem dan toch doen kennen als iemand, die eenige historische nauwkeurigheid opoffert aan gemakzucht.

    En nu is het merkwaardigste van beide straten wel, dat ze onder valschen naam ons het verkeer toelaten; zich aandienen met op haar kaartjesandere namen dan die, waarmee ze ten Gemeentehuize in de burgelijke stand van de familiën der straten staan ingeschreven.

    Want in de verordening van 22 December 1927, de laatste bij welke de Gemeenteraad de straatnamen heeft vastgesteld, worden ze respectievelijk Hondegatstraat en Heeraaltsz straatje genaamd.

    En zóó heeten ze dus nu!

In spijt van haar mooie visitekaartjes.

V.

XXXXXXX   

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *