Een Geldersch Lied ( Staring)

 

 

 

Een Geldersch lied.

 

Ik ben uit Geldersch bloed;

Geen vleitoon klinkt mij zoet;

Mijn volksspraak, luttel rond,

Geeft nog den klank terug,

Uit ons vaadren mond.

Bij de eiken, aan de top;

Eens heuvels, wies ik op.

In heiden zonder baan,

Leerde ik, ter jagt geschort,

Mijn eerste treden gaan.

Mijn arm is ’t wild geducht:

Den reebok helpt geen vlugt,

Het zwijn geen scherpe tand,

Als in mijn dreigend roer,

Een snelle dood ontbrandt.

Ik smaâ den lauwer niet,

Dien ’t koor des vredes biedt,

Maar schat een andren meer!

De krans door ’t zwaard verdiend,

Is ook een krans der eer!

En gesp ik ’t harnas aan,

Ik volg geen vreemde daân:

Op Rossems heldenspoor,

Zweef mij, in stralend licht,

Het beeld der zege voor.

Ik ben uit Geldersch bloed!

Opregt is mijn gemoed;

Aan eenvoud heb ik lust;

Met pracht en weeld’ komt zorg;

Genoegzaamheid baart rust.

1789                                                                                                      A.C.W. Staring.

hendrik van grietjen

Dit bericht was geplaatst in Diverse gedichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *