Geuzengedichten/ liederen.

 

Geuzengedichten/liederen.

“Het saluutschot der Nederlandsche vrijheid”

Deze uitdrukking is van Busken Huet.

Het Geuzenlied zegt dankbaar:

 

Gods goetheyt wesen moet vertelt,

Die noch so voor ons sorgt,

En voor ons Den Briel en Mase stelt

Als tot een vasten borgt,

Die haest wel van ons keeren kan

Duc d’Alva den Tyran.

De Spanjaert wert nu een gebit

In sijnen muyl geleyt;

God sy, die daer omhooge sit,

Gedanckt in eeuwicheyt,

Die haest wel van ons keeren kan

Duc d’Alva, den tyran.

XXXXX

De transportschepen, door het ijverige stadsbestuur van

Rotterdam met levensmiddelen voor Bossu’s troepen gezonden,

Werden ook door de Geuzen gekaapt:

De Geuzen dapper schoten,

De Spaengiaerts namen de wijck,

Aen Landt sy onverdroten

Liepen door den slijck,

Te Dort al voor die Stee:

Sy saghen als Morianen,

Doen sy uut den dreck quamen,

Haer vaenkens sleepten sy mee.

Tot die kern behoorde een man als Lodewijk Boisot, wie de

Dichter Hemkes de fiere woorden in de mond legt:

 

Als gij ’t uit zee hoort stormen

In ’t holle van den nacht,

Dan rijst de leeuw naar boven

En leent de Zeeuw zijn kracht.

En zoo ’t begint te nijpen

En u het Spaansch geweld

Met ruiters en met knechten

In stad of land beknelt:

Ontsteekt op ’t duin de vieren

En zendt een snelle boô –

Met Gods hulp zal ik komen

Ik, Lodewijk Boisot.

XXXXX

 

De slag op de Zuiderzee was van grote betekenis.

 

Sy ( de Spanjaarden ) gingen malcander toeschrijven,

De zee die waer ons nut,

De Geus kan niet bedrijven,

Houten pompen is zijn gheschut.

Haer volck is weynich, haer macht is rut.

Wy sullen se haest ontlijven,

Maer – haer meyning die is misluckt.

Sy quamen door de wraken,

Op Zuiderzee met voorspoet,

Hoochmoedich dat sy spraken

Ons saken die staen seer goet,

Doe quamen haer sulcke pompen te moet,

Die ginghen haer dapperlick raken,

Ten smaeckten haer gants niet soet.

Papouwen liet ghy u mompen,

Of bruyckte ghij een quaet advijs

Dat ghy van houten pompen

Liet nemen so schoonen prijs?

Een schip ghelijck een Paradijs,

U spotten ende schompen

Maecken u die pompen wel wijs.

Waer is u Inquisicy

U aldermeesten betrou?

Ghemaeckt op die condicy

Die Geusen te brenghen in rou?

Waer is die grave van Bossou?

U Heer groot van officy,

Sit te Hoorn in de kou.

XXXXX

De overwinning van de Westfriese en Waterlandse schippers werd

Vereeuwigd in de kerk van Hoorn. Daar werd de Admiraalsvlag van

Bossu gehangen met daaronder het volgende gedicht:

 

DeVr LoVter gheitVVeLt

Van MenIChen HeLt

Der VrIIe VVestfrIesChe natIe

VVert BossV gehVeLt

dIt hIer ghesteLt

tot Lofteecken Van Godts gratIe

( De cursief gedrukte letters, als Romeinse cijfers gelezen en daarna opgeteld, wormen het jaar 1573. De V is zowel een V als een U, twee V.s zijn een W. VrIIe is Vrije. )

Te Briel is sy gecomen

Al met triumphe groot;

Die burgers hebben ’t vernomen,

Men schoot soo menigen schoot

Den Prins te vromen.

Men nam haar bij der hant,

Men hiet haar wellecomen

Al in des Princen lant.

XXXXX

 

 

Dit bericht was geplaatst in Diverse gedichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *