Gies Boertje

Hierden

Gies Boertje

Gies Boertje ( Gijsbert Prophitius ) stond bekend in Hierden als kluizenaartje. Hij woonde op de Dunen in Hierden in een keuterboerderijtje in alle eenvoud. Voorzieningen als gas, licht en water had hij niet, AOWtje wilde hij niets van weten en hij leefde van wat zijn stukje land hem schonk. Gastvrijheid en beminnelijkheid, gekoppeld aan zijn eenvoud en zijn kijk op de dingen en zijn leven sierden hem. Gies Boertje is op 17 december 1982, op 85 jarige leeftijd overleden.

Maar, 10 dagen na zijn overlijden gebeurde er het volgende:

 

Krantenbericht

27 december 1982

Boerderijtje van Gies door vlammen verwoest

Vermoedelijk aangestoken

 

Hierden- Vannacht is het boerderijtje van wijlen Gies Boertje, de kluizenaar, volledig uitgebrand. De Hierdense brandweer kon weinig meer doen aan de enorme vuurzee die vermoedelijk is aangestoken.

 

Amper een week nadat Gies Boertje de kluizenaar ( Gijs Prophitius ) is overleden is de ongeveer tachtig jaar oude boerderij totaal verwoest door de vlammen. Een triest lot voor dit kleine boerderijtje, dat wel een zeer gezichtsbepalend beeld vormde in het dorpje Hierden. Sinds jaar en dag wist elke dorpeling dat daar Gies Boertje de kluizenaar leefde. Hij voorzag in zijn levensonderhoud door de opbrengst van zijn land, zijn kippen, zijn koe en zijn geitje. Verder had hij niets of niemand nodig. Omdat zijn nabestaanden reeds vreesden dat het voormalig onderkomen van deze sympathieke dorpeling, gevaar liep, lag het in de bedoeling om met Nieuwjaar te gaan posten bij de boerderij om te voorkomen dat het in brand zou worden gestoken. Kennelijk hebben de daders dit geweten of wellicht achtten zij de kerst ook geschikt om de boerderij in de as te leggen; in hun opzet zijn zij in elk geval geslaagd. Dat men vrijwel zeker is brandstichting, bevestigt de heer B.Mostert, brandweercommandant van de Hierdense brandweer. “Er is geen elektriciteit, geen gas en geen water aanwezig; er moet vuur bij gekomen zijn.” Hij verteld dat er om kwart over twaalf melding werd gemaakt van de brand, maar dat er weinig meer te redden viel toen de 209, de hoge-en lage drukspuitbrandweerauto arriveerde, tesamen met het volledige korps uit Hierden, bestaande uit veertien man.

Toen we arriveerden, stond de boerderij al in lichtelaaie, de vlammen schoten metershoog de lucht in. Geen wonder, wanneer je bedenkt dat praktisch de hele zaak bestond uit hout en stro. Tot ongeveer vier uur vannacht is de brandweer bezig geweest met nabluswerk. Nadat de boerderij was platgebrand bleek dat de dieren niet waren omgekomen in de vuurzee, zoals door sommige omstanders al werd verondersteld. Een twaalftal kippen en een haan overleefde de ramp doordat zij waren ondergebracht in een schuurtje in de nabijheid van de boerderij. Hoewel officieel nog niet gesproken wordt van brandstichting, is inmiddels wel een zeer uitgebreid onderzoek naar de oorzaak van de brand op gang gebracht door het rechercheteam van de Harderwijkse politie.

********

 “Ze moge me vergeten, die stinkboer, als ze m’n woorden maar niet vergeet”

Over Gies Boertje en de brand

 

Hierden- “De mensen waren zo goed voor hem. Ze kenne Gies allemaal. Ze brachten hem een sigaartje mee, of een borreltje. Hij was met alles tevreden. Nee ’t is zo’n minne streek. Zo lelijk als dat is. Ik kan er niet over ut dat ze nu ook zijn boerderij in brand hebben gestoken. Het móet aangestoken zijn, da’s één ding wat zeker is. ’t Is zund. Als kinderen kwamen we bij elkaar onder dat dak. D’er ruste een zege op dat huus. Ach, het had ook geen storm meer utgehouden, maar zo vlak na zijn dood. ’t Is een minne streek”.

We praten met Johanna van der Poppe-Prophitius, de zuster van Gies Prophitius. Samen met een van de zusters van Gies zelf zitten we in de warme woonkamer in de boerderij van Van der Poppe aan de Bovenweg. Daar komen als vanzelf de verhalen los over Boertje Gies, want onder die naam kent iedereen hem, precies zoals Johanna het vertelt. Over vroeger, toen Gies nog koeien had en kippen en een mooi bruin paard. Alles is nu ver verleden tijd, maar de herinnering aan de onlangs overleden Gies Boertje zal wel altijd blijven bestaan.

………………..

Een mooi leven

Boven de haard hangt een spreuk “Blij bejaard, goud waard”. Zo te zien een waarheid als een koe, want leven is, zeker op de oude dag, elke dag opnieuw weer een zegen. En wellicht gold dat nog het meest voor de 85 jaar oud geworden Gies Prophitius. “Ik heb een mooi leven gehad, zei Gies altijd,”verteld Johanna van der Poppe. “Hij was altijd opgeruimd en hartelijk. Zijn hele leven is hij vrijgezel gebleven, hoewel hij ook éénmaal verkering heeft gehad. Zijn moeder heeft hem ruim vijftig jaar verzorgd, tot het niet langer kon. Toen heb ik het overgenomen, ook nog eens dertig jaar lang. Drie tot vier maal per week, soms elke dag, bracht ik zijn eten en waste ik en verzorgde ik hem. M’n man bracht het ook nog wel eens weg. Gies wilde er ook nog voor betalen. Dat werk heeft m’n moeder toch zo lang en met zo veel liefde gedaan. Zelfs in oorlogstijd. Dan kwam ze helemaal uit Vierhouten. Op de fiets. Elke donderdag en dan ’s avonds weer terug. Ik vond dat altijd maar gevaarlijk. Bepakt en bezakt op die fiets. Ach, ach. Ook na de oorlog ging dat zo. Dan ging ze elke veertien dagen bij leven en gezondheid naar Gies toe. Een beetje koken, een beetje schoonmaken.”

Gezellig huisje

“Gies lustte ook alles. Hij had bepaald wat je noemt een sterke maag. Hij had in die boerderij ook geen water meer. In plaats daarvan had hij een karretje gemaakt om water te halen. Zelfs haalde hij het water uit de ton uit de goot.” “Wat van boven komt is zuiver”zei hij dan. Hij heb ook nog een oude put, een hele diepe put, waaruit hij water kon halen…

Ach, en het was toch ook zo’n gezellig huisje hé? Met steentjes eromheen die we altijd schoonschrobden. En er stonden toen nog wat appel- en perenboompjes. Zo gezellig als het daar was, dat kon je je gewoon niet voorstellen.

En Gies was ook altijd zo dol op de soep die we hem brachten. Gewone soep, soms gemaakt van restjes bij ons thuis vandaan. Hij heb zelf ook nog nooit een hemd gekocht. Wij wasten hem en verschoonden hem. Hij had twee zusters, die alles voor hem deden. Daar was Gies ook wel erg blij mee. “Wat bin ik toch rieke,”zei ie vaak.

Over het woord

Dat was ie verder helemoal niet hoor. Hij kreeg geen AOW, want dat wou ie niet aannemen. “De Here heeft 25 jaar voor me gezorgd en die zal me die laatste jaren ook nog wel helpen”hoorde je hem vaak zeggen. M’n moeder zelf kreeg toen nog dat tientje van de Oude Drees. Daarvan zei ie “Mensen die het wel aanpakken moeten het zelf maar weten.” Ja, als ie aan de gang was over het Woord dan was ie niet meer te stuiten. Hij heeft bijvoorbeeld altijd gescholden op de televisie. Laats nog zou hij er bijna zelf opkomen. Kennelijk heeft het programma Showroom van de NCRV ooit nog eens interesse getoond van Gies Boertje.

Geen kluizenaar

Voor Gies was de televisie hetzelfde als de duivel. In de laatste twintig jaar ging Gies ook nooit meer naar de kerk. Zelfs de kerktelefoon, bij ons thuis, daar kwam hij nooit naar luisteren. Vroeger ging hij wel vaak, hoor. Hij was destijds lid van de jongelingenvereniging onder leiding van dominee Willemsen. Op school was Gies dom, maar van die dominee heeft hij heel veel geleerd. Trouwens, z’n handel en met zijn koeien dat kon ie ook. Handjesslaan, daar was ’t ie als de beste in. Tot om de laatste rijksdaalder om een koe slaan. Ja, daaruit blijkt ook wel dat ie ook goed koppig kon wezen als het moest.

Dan dat paard van hem. Met een paard en wagen rijden, dat vond ie het mooiste dat bestond. Kinderen mochten altijd met hem meerijden als hij moest mestrijden. Tot helemaal achter de hoeve mochten ze dan met hem mee. De mensen zeggen wel eens dat ie een kluizenaar was. Iedereen kwam bij hem langs in z’n boerderijtje. Hij was haast nooit alleen.

’t Was daar ook altijd koud. ’s Winters was het daar soms zo koud dat je gewoon niet meer kon praten. Daar moet ie het uiteindelijk van ekregen hebben. Aan z’n nieren. Hij zag ook enorm tegen de winter op. Och, hij had ook zoveel kou geleden. Hij had ook drie truien aan.

Het gesprek wordt onderbroken, een oude bekende komt even binnen wippen voor een bakkie thee. Ook hij kende Gies Prophitius. “Ik kwam vaak bij hem. Je mocht wat hem betrof de hele dag wel bij hem blijven. Dat vond hij prachtig. ’t Was daar ook zo gezellig in dat oude huisje. Je kon er helemaal jezelf zijn. En altijd bleef hij waarschuwen voor de eeuwigheid hé. “Ze mogen me wel vergeten, die oude stinkboer,”zei hij dan, “als je m’n woorden maar niet vergeet”.

*********

 

 XXXXXXXXXXXX

 

Dit bericht was geplaatst in Hierden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *