Het Hospitaal te Harderwijk.

Harderwijk, 1 Maart 1884.

 

Het Hospitaal te Harderwijk.

Voorheen en thans.

Agnieten-klooster

 

Als onze vaderlandsche historie een open tijdperk bevat, waarin zich de lust openbaart, in ’t bezit te zijn of te blijven van verschillende oude voorwerpen en merkwaardigheden, vooral op het gebied der bouwkunst, dan mag voorzeker onze tijd met eere genoemd worden. Dit verschijnsel, al is het niet altijd vrij te pleiten van kleingeestigheid, daar dikwerf voorwerpen tegen hooge prijzen worden aangekocht die geene of slechts eene betrekkelijke waarde hebben, moeten wij waardeeren, wanneer het merkwaardige bouwgewrochten en monumenten hersteld of onderhoudt. Men deinst voor geene opoffering terug, al heeft de tand des tijds nagenoeg ten gronde gericht. Eere aan kunstminnaars, die het inderdaad schoone en goede der ouden hebben weten te bewaren, en het dienstbaar maakten tot leering van den toekomstigen bouwkunstenaar.

Dat niet alleen gebouwen, die reeds eeuwen geleden werden gesticht, dat lot is beschoren, heeft ook zijne nuttige zijde; ze maakten dikwijls plaats voor iets beters. Een verblijdend voorbeeld heeft in dit opzicht ons stadje in zijne kronieken kunnen opteekenen, door de aanzienlijke verbetering die het ziekenhuis der militairen alhier heeft ondergaan. De mannen der kunst gevoelden ook niet de minste aanleiding iets tot behoud van het vroegere stijllooze en meer en meer ondoelmatig geworden gebouw te doen, maar de wensch om de verschillende stadiën nategaan, die het gebouw der Infirmerie mocht doorleven, gaf mij aanleiding het volgende te schrijven.

’t Speet mij, niet zoover in de geschiedenis te kunnen doordringen, dat ik ook van de eerste stichting van een gebouw kon gewagen, dat eens op de grondslagen verrees, waarop thans het statige hospitaal is opgetrokken. Schrassert meldt ons, dat vóór ’t jaar 1433 het toemalige gebouw voor een klooster was ingericht. Het behoorde onder de zusteren- klooster en werd gerekend het aanzienlijkste daarvan te zijn; dragende de naam van Agnieten- klooster. De nonnen leefden aldaar naar het voorschrift van den oud- vader Augustinus.

Scan_20150601 (2)

Dit gebouw, aan den godsdienst gewijd, verborg binnen zijne muren een tal van welgeboren maagden ( volgens S. ) die door hare ouders aldaar waren gebracht, om onder tucht en in afzondering te leven.

agnieten nonnen

Niet altijd, maar toch meestal, hadden de Minderbroeders het toezicht over deze vrouweschaar. Die monniken waren uit het zoogenaamde derde godshuis, zijnde het klooster de Franciscanen, gewoonlijk Minderbroeders genoemd, ook wel grauwe monniken of barrevoeters. Het klooster waar zij vertoefden werd gesticht in ’t jaar 1339 op de Broederen, tegenover het raadshuis; door de ijverige bemoeiingen van Eleonora van Engeland, de gemalin van Reinoud II, hertog van Gelderland. De genoemde vrouweschaar werd ook nog aanbevolen aan de trouwe zorg van een monnik uit het klooster van Windesheim bij Zwolle, welk klooster gerekend werd de moeder te zijn van het Agnieten- klooster. Dit laatsgenoemde gebouw heeft, volgens de geschiedenis, het jaar 1572 nog mogen bereiken, en is toen teniet gegaan.

klooster Windesheim Zwolle

In hetzelfde jaar werd Harderwijk even als de andere steden van Nederland, door de Spanjaarden ingenomen. Uit het geschiedverhaal blijkt dus dat het uit den brand van ’t jaar 1503, die ons stadje vreeselijk heeft geteisterd, is gespaard gebleven.

Vijf jaren is het bedoelde plekje schijnbaar onbebouwd geweest.

In 1577 waren het Adriaan Vos en Margriet van Holger, die het Agnieten wederom oprichtten en voltooiden, dat ook blijkt uit den steen, die voorheen in den voorgevel van het infirmerie- gebouw prijkte; Men las daar, zooals S.. zelf zegt, in onbeschaafd Latijn:

Est Hadriane Vos, Margaritaquoque ab Holger.

Diruta Præsidibus sic reparata Domus.

Hetwelk mij van vriendelijke zijde aldus vertaald is:

“ Dit huis, vroeger door de bestuurders der stad verwoest, is aldus door Hadrianus Vos en Margareta Holger hersteld.”

In het midden der zeventiende eeuw hebben de heeren van de Magistraat een gedeelte van dit klooster aan de Academie tot een kruidhof afgestaan, terwijl we een juist jaartal hebben gevonden ( 1645 ) van de stichting der kaatsbaan, alsmede eener woning voor den kaatsmeester; welke gebouwen zijn opgetrokken van de afkomende materialen der kerk, die bij het klooster heeft behoord.

Dat plekje gronds heeft dus eene groote verandering ondergaan. ’t Was daardoor herschapen in een uitspanningsplaats, waar de voornaamste burgers van Harderwijk zich gaarne eenige oogenblikken gingen verlustigen in ’t spel, of waar ze het genot smaakten een buitenluchtje te genieten, waartoe de groote tuin ruimschoots gelegenheid gaf.

Dit lievelingsplekje voor velen mocht zich ook geenzinds in een voortdurend bestaan verheugen, en evenmin een erfstuk worden van de opvolgende geslachten.

De toekomst verborg in haren schoot eene gansch andere bestemming; vroolijkheid en scherts moesten plaats maken voor hoogen ernst, want bij de komst van het koloniaal werfdepot hier ter stede in ’t jaar 1814 wees de gemeente, als eigenares, de kaatsbaan tot infirmerie aan.

Nadat eenige tusschenmuren waren verwijderd, en kleine veranderingen in dit niet zeer voor hospitaal geschikt gebouw hadden plaats gehad, werd het betrokken. Men klaagde aanvankelijk niet over grootte en inrichting van ’t gebouw; ofschoon ieder diregeerend officier van gezondheid steeds een blik van medelijden bleef werpen op de terug gekeerde zieke militairen uit de tropische gewesten, daar het gebouw, hun tot herstelling aangewezen, zoo karig was bedeeld van lucht, licht en ruimte, waaruit toch de balsem voor ’t leven met volle teugen te genieten is.

Het duurde dan ook niet lang, of de gemeente werd door de bevoegde autoriteiten tot de overtuiging gebracht dat eene uitbreiding van ’t infirmerie- gebouw niet langer op zich kon laten wachten. Het toenmalige gemeentebestuur, dat reeds de hand van vriendschap en hulpvaardigheid aan ’t koloniaal werfdepot had gereikt, gaf van die goede gezindheid een deugdelijk bewijs. Het genoemde gebouw werd in 1865 aan de achterzijde vergroot, en wel voor 70 bedden, met welke verbetering men aanvankelijk was ingenomen.

Scan_20150601

Eenvoud en te ver gedreven zuinigheid zijn de deugdelijke kenmerken die den bouwmeester hebben bezield bij het opmaken van zijn vergrootingplan.

Het duurde echter niet lang of men ondervond ook ten opzichte van het infirmerie- gebouw dat de wetenschap op geneeskundig gebied grootere eischen stelde.

In verschillende plaatsen van ons land zag men nieuwe hospitalen verrijzen, meer in overeenstemming met den geest des tijds, en meer in ’t wezenlijk belang der menschheid. Van daar dan ook dat de geneesheeren van lateren tijd  rijkhalzend uitzagen naar meer doeltreffende en afdoende verbetering.

Maar ziet, er heeft met de militaire gebouwen iets plaats, wat de bewuste zaak zeer ten goede komt.

In het jaar 1867 heeft de hooge regeering besloten, in overeenkomst met het stadsbestuur, de militaire gebouwen in bruikleen over te nemen, waardoor de gemeente ontlast werd van het onderhoud.

Toen deze gebeurtenis met blijdschap werd begroet, opende zich te gelijkertijd een bron van hope voor het eenmaal te verwezenlijken ideaal van de militaire geneeskundigen. Spoedig daarna bemerkte men ook eenige beweging ten goede op dit gebied. Bij de landsregeering kreeg men meer en meer een geopend oog voor de billijke wenschen, die steeds uit Harderwijk naar ’s Gravenhage van bevoegde zijde werden opgezonden.

Al mocht ook de verwachting ten goede in dikke nevelen zijn gehuld, en schijnbaar niet tot haar recht komen, men trotseerde fier alle tegenkantingen die men hieromtrent mocht ondervinden. Met beleefden aandrang en onverflauwden ijver, heeft de tegenwoordige dirigeerende officier van gezondheid zijn edelen strijd volgehouden, tot dat de eerepalm der overwinning zijn goed werk heeft mogen kronen.

Toen het ministerëele besluit was gevallen, en de Kamers hare adheasie hadden geschonken, tot gebruik van de voorgestelde gelden, benoodigd voor de verbetering van ’t hospitaal te Harderwijk werd bij het Geniekorps spoedig met de avant- projecten begonnen, die na goedkeuring weldra bekend gemaakt werden en nu voor ons het bewijs leveren, dat de opdracht daarvan aan bekwame handen is toevertrouwd geweest. De aanbesteding geschiedde op den 3 April 1883, waarna spoedig de amotie begon van het oude gedeelte der imfirmerie. Vervolgens werd met kracht doorgewerkt, zoodat op den 24 Juli 1883 de z.g. eerste steen werd gelegd. Wij mogen in het groot aantal toeschouwers, op dat oogenblik op het bouwterrein aanwezig, de hooge ingenomenheid zien met de totale verbetering die het hospitaal te wachten stond. Al mochten ook de toepasselijke woorden, die aldaar werden gesproken een diepen indruk op ons maken, wij zagen later met genoegen dat de naam van de steenlegger hier aan de vergetelheid is ontrukt, en beschouwen dit feit gaarne als de zoetste belooning voor de vele moeite en zorgen die door hem op het altaar van menschenliefde zijn neergelegd. Na het laatstgenoemde tijdstip in de bouw met kalmte, en voor zoover ons bekend is, zonder noemenswaardige tegenspoeden voortgezet. We staren nu het monumentale gebouw met bewondering aan.

Het voorfront met zijne twee eind- of sluitgevels, ieder gekroond door het beeld des leeuws, in rustende houding, die in de klauwen het teeken van ’t Roode Kruis geklemd houdt, heeft eene lengte van 62.90 M. De hoofdingang, mede door een trapjesgevel afgedekt, op wiens wiens top het symbool der militaire geneeskunde prijkt, verheft zich op ongeveer 20 M. boven de beganen grond; terwijl de motieven en verschillende kleurschakeeringen, onze gedachten terugvoeren naar een grijs verleden, toen Hendrik de Keizer en Jacob van Kampen als schitterende sterren hun licht deden afstralen in de destijds bouwkundige wereld. We betreuren het echter, vooral ter wille des waarheidsliefde dat de ontwerper redenen heeft gehad om met den achtergevel en ’t inwendige van ’t gebouw de eer van ’t oude Holland op ’t gebied van den bouwstijl niet te blijven huldigen, zoo als zich die in den voorgevel zoo meesterlijk heeft uitgedrukt. Wanneer men alleen het optisch effect van eene gunstige zijde van ’t gebouw zou bespreken, werd er volgens ons gevoelen te kort gedaan, aan de studie die besteed is voor de distributie; wij vermeenen met evenveel lof daarvan te mogen gewagen als van de geheele uitvoering van ’t werk. En zoo het waar is, dat de militaire ingenieurs daarop nauwlettend en in gepasten zin scherp mochten zijn, dan moeten we hier die lofspraak tot de onze maken.

Hospitaal te Harderwijk! Welk eene verandering heeft het plekje gronds waarop uwe fundamenten rusten moeten ondergaan. Eens werd ge betreden door een schoone vrouwenschaar, die in stille afzondering leefde, tot behartiging haar hoogere belangen; en nu zult ge de drager zijn van 120 legersteden, waarop dikwerf matte en zieke lichamen rusten, die veelal in de tropische gewesten voor ’t behoud van Insulinde hunne gezondheid ten offer hebben gebracht, en waar de priester der wetenschap gestreden heeft om hun lijden te verzachten, en zooveel mogelijk dragelijk te maken. Lijders! Hoe treurig uw toestand dikwerf zijn moge, acht U in één opzicht toch gelukkig, daar ge geleid en behandeld wordt aan en door de hand van hen, die uit een edel plichtsgevoel hulpe bieden.

J.H. MAKKINK.

Helaas viel dit mooie monumentale pand in 1982 onder de slopershamer, het moest plaats maken voor nieuwbouw woningen. Red.

hendrik van grietjen

 

 

 

 

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *