Het Zeekalf

 

 

HET ZEEKALF.

 

Er was eens een verschrikkelijk vloekbeest van een schipper. Een liederlijk mensch zooals men maar zelden had gezien.

Van elke tien woorden die n ie in de mond nam waren er tien godslasterlijke vloeken.

Zijn mes zat hem los in de schede en met Wijntje en Trijntje stond ie op goede voet.

Maar hij werd voor zijn liederlijkheid gestraft.

Op een avond ging de schipper naar zijn schip dat op de ree lag.

Het was goed weer; de zee was kalm maar het was stikdonker….Wat hoorde n ie daar achter bij het roer?

Daar was een verschrikkelijk geplas, gesnuif en geproest. Verbaasd keek de schipper op. Wat kon dat zijn?

De Barneman? Neen, de Barneman wel niet, er was geen lichtje te zien, ook niet op de top van de mast. Maar wat was het dan?

Wat plaste en proestte er toch zoo? Klom er wat aan boord?

Maar dat wou de schipper dan toch weten. Dat liet ie niet zoo passeeren.

Hij naar het achterschip en……. daar zag ie dat een verschrikkelijk zeegedrocht, een ijselijk zeekalf, aan boord klauterde. Het gedierte zag er vreeswekkend uit, vurige oogen, kwijlende bek en pooten als van een reusachtige vleermuis.

het zeekalf

“De duivel”was het eerste wat de schipper dacht en hij maakte dat ie wegkwam.

Maar het zeekalf achter hem aan.

Groot en log kwabberde het over ’t dek en zóó zwaar was het dat de schuit bijna zonk. Het achterdeel van het schip lag gelijk met de waterspiegel.

De schipper rende van achter naar voor en van voor naar achter en het kwallerige gedrocht maar steeds achter hem aan. Waar het gedierte was helde de schuit tot zinkens toe over.

Het gedrocht blies en siste zoodat het bruine schuim hem over de bek lidderde.

Zóó holde de schipper in zijn angst over het dek heen en weer met het vreeselijke gedierte maar steeds achter hem aan en hij dacht niet anders of de duivel zelf zat hem op de hielen.

Maar gelukkig bedacht ie zich dat men zich tegen de duivel beschermen kan.

Men had alleen maar de naam van de heilige God aan te roepen en het duivelsche gevaar moest wijken.

Hij viel subiet op de knieën en bad tot God Almachtig en beloofde een beter leven te zullen leiden en zie, hiertegen was het schrikkelijke zeekalf niet bestand. Het nam een vervaarlijke sprong en met een ijselijke schreeuw verdween het in de diepte.

De schipper is nadien een beter mensch geworden en het gedierte is niet meer gezien.

Te Harderwijk weet men er wel meer van.

Sagen en legenden rond de Zuiderzee

S. Franke.

XXXXXXXXXX

Dit bericht was geplaatst in sagen en legenden rond de Zuiderzee.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *