Inleiding W.J.Polen

 

“Beelden uit mijn kinderjaren,

Uit mijn jeugd, zo vrij en blij”.

Inleiding.

 

“Wat was het vroeger, toen ik nog jong was, veel leuker en gemoedelijker!”

Deze woorden hoort men,als ’t gesprek eens over dien vroegeren tijd gaa, veel uiten.

Betrekkelijk is er wel wat aan; die tijd was niet zoogejaagd als de tegenwoordige, de menschen waren wat bezadiger en veelal was de gezelligheid en de gemoedelijkheid meer intiemer.

De tijd was niet zoo veeleischend als nu.

Maar vergeet niet, dat als men over zijn jeugd spreekt, men meestal door een gekleurde bril ziet.

De zorgen, die met het klimmen van de jaren op de schouders gedrukt werden, de strijdt om het bestaan, de tegenslagen die men altijd in ’t latere leven nu eenemale onvermijdelijk ontmoet, dit alles is oorzaak,dat men z’n jeugd in zoo’n ander licht beziet en daarmee den tijd en toestanden niet voelt of wilt voelen.

Wie herinnert zich dien “Golden Jugendzeit”niet met een tikje weemoed? Is die mooien tijd niet veel te gauw vervlogen en hoe dikwijls hoort ge ’t nog zeggen: alles was blijheid en de wereld was zoo mooi.

Was er nog eens verdriet, dan was ’t echt kinderverdriet, ’t verlies van eenige knikkers, ’n kapotte hoepel of vlieger, maar ’t was o zoo gauw vergeten.

En zorgen waren er, als je school moest blijven, meer niet. Had men zorg als je schoenen of kleeren kapot waren? Was er zorg, als de maag wat rommelde, niets van dat alles.

Vader en moeder hadden ze des te meer. Men wist niet beter of de kleeren en ’t eten kwamen vanzelf.

Was je kiel of broek aan flarden, welnu het werd gemaakt, ’s avonds trek je de kapotte kleeren uit en ’s morgens vond je alles weer netjes terug, hoe dat ging, werd nooit over nagedacht.

Al die zorgen van vader en moeder raakten je niet, ’t leven was één gullen lach, ’n hoop vriendjes, spelen, stoeien, vechten en ravotten was je dagelijksche doening en ’s avonds sliep je met een lach in over de prettige dag die geweest was en de vele prettigge dagen die nog in ’t zonnig verschiet lagen.

Je bedje was gespreid, je werd warm toegedekt en je ging slapen zonder één zorgje.

Dit alles was maar één duizendste deeltje van je heerlijke jeugdtijd en er was zóóveel.

Later, veel later kwamen de echte zorgen, maar welke jeugd denkt daar aan?

Daarom lijkt die verre tijd ook zoo mooi, daarom zegt men dus, “Vroeger was ’t beter”!

En tenslotte, is herinnering niet als een mooi boek? Men slaat er telkens een bladzijde van op en men geniet er van. Was het dus vroeger mooier en aardiger in ons stadje? Dit laat ik aan U zelf over, peins er eens op, beziet de foto’s in dit boek en lees het praatje wat ik er bij vertel.

Misschien herinnert Gij U er veel van.

 

Dit bericht was geplaatst in Jeugd herinneringen door W.J. Polen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *