kruidenier Aarts

 

 

Tijdschrift de Spiegel(jaartal niet bekend)

“Als er maar een boterham in zit”

Een kruidenier zegt er het zijne van.

Naar aanleiding van de jongste prijsverhogingen brachten onze verslaggevers

een bezoek aan een kruidenier in Harderwijk om hem zijn mening te vragen over

de economische moeilijkheden, waarin de Nederlandse staatshuishouding op het

ogenblik verkeert en in het bijzonder welke gevolgen deze moeilijkheden en de

daaraan verbonden bezuiniging in zijn bedrijf en zijn gezin met zich meebrengen.

Een koperen balans….

In de smalle, bochtige Donkerstraat in Harderwijk, waar de bussen van de V.A.D. zich met moeite doorheen kunnen wringen, woont de kruidenier T. Aarts. Zijn winkel heeft precies dat aroma, dat een echte kruidenierswinkel moet hebben; men ruikt er geen geuren van artikelen, die met “grutterijen” weinig uitstaande hebben. Het is een oude winkel, hoog van plafond en de wanden zijn bedekt met kleurige pakken en pakjes, flessen en flesjes en er zijn zowaar nog een paar planken, waarop groenhouten tonnetjes. Tonnetjes met mooie, sierlijke letters, echt oude grutterstonnetjes.

Ja, het is nog niet zo heel lang geleden, dat kruidenier Aarts de mooie koperen balans in zijn winkel ruilde met een practische, nochtans prozaïsche, snelweger.

“Ik heb daar heel wat over moeten horen van mijn klanten”, zei hij. “Die vonden de oude balans veel mooier. Maar wat wilt U? Deze nieuwe weegt veel sneller!”

“Zó druk?” vroegen wij en toen werden we uitgenodigd om in de woonkamer te komen praten, want die vraag was juist wat men noemt “des Pudels Kern” en die kwestie konden we niet zomaar aan de toonbank bespreken.

 

Dat is de kleine man….

 

Wij hoefden de heer Aarts en zijn zoon Peter, een flinke jongeman van 23 jaar, niet te manen onze vragen duidelijk te beantwoorden. Zij hadden het een en ander op hun lever, want de moeilijkheden der zogenaamde kleine zelfstandigen in deze tijd zijn vele en zeer grote. Het is een kwestie van “to be or not to be”, fanatiek vechten voor het bestaan tegen het Damocleszwaard van de belastingen, tegen de tentakels van bepalingen en bepalinkjes, tegen de massale reclame van “de kruideniersbedrijven in het groot”.

De heer Aarts is er één uit de velen: hij bouwde zijn zaak van de grond af op en thans ziet hij het ogenblik nadereren, waarop zijn levenswerk hem en zeker in de toekomst zijn zoon geen boterham meer zal bieden. “Ik wil werken”, zei hij, “werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat als…als er maar een boterham in zit!” Die boterham zit er nu nog in, al bedraagt het wekelijks inkomen van de familie Aarts ( vader, moeder en zoon) f 20,- per persoon, waarvan je heus geen bokkesprongen kunt maken.

Maar die boterham verdwijnt langzaam maar zeker en het is geen wonder, dat de zoon reeds vergevorderde plannen voor emigratie naar Zuid-Afrika koestert; dat de heer Aarts zelf wacht op een werknemersverklaring uit Zuid-Afrika om op zijn zestig-jarige leeftijd nog een nieuw leven te beginnen als landbouwer. “Ik ben in de groenten groot geworden”, zei hij. “Dus…ik sta er niet als een vreemde voor.”

Uiteraard spraken ze het eerst over “de kleine man”, die, volgens de heer Aarts, door de jongste prijsverhoging het hardts aangepakt wordt. “Neem bijvoorbeeld de boter eens”, zei hij, “vroeger kon je voor een gulden bijna drie pakjes krijgen, nu krijg je voor die zelfde gulden, twee pakjes margarine. Het plantenvet? Opgeslagen van 41 tot 58 cent. Vet is zeer belangrijk voor de arbeiders. Ik vraag me af hoe ze in vredesnaam kunnen praten van productieverhoging, als ze stelselmatig de eerste vereiste voor die productieverhoging: een welgevoed lichaam, ondermijnen! Of wilt U beweren, dat die vijf procent loonsverhoging de zaken in evenwicht heeft gebracht? Laat me niet lachen! Nee, deze hele kwestie, als er tenminste niet opnieuw een drastische loonsverhoging wordt gegeven, werkt als een boemerang: geen eten, niet werken; in ieder geval stimuleert een vermindering van het aantal calorieën de arbeid zeer zeker niet. En behalve dat: psychisch is het ook niet zo gunstig, als je arbeider bent, vooral als je zware arbeid verricht, dan wil je ’s morgens een wel besmeerd en belegd kuchie mee naar je werk nemen. Kan dat nu?”

 

Doelbewuste politiek?

 

De heer Aarts heeft een behoorlijk lopende zaak, doch als hij vroeger twintig dozen margarine kocht, kan hij er nu nog maar vijftien kopen. De portemonnaie is niet zo groot meer, dat hij met dezelfde maat kan kopen als vroeger het geval was. “Vroeger kochten we voor anderhalve week tevoren in, thans doen we het voor één week. Ja, de grossiers zitten immers met dezelfde lasten, zij doen het dan in het groot, als wij. Zij moeten óók contant betalen. Crediet? Koffie, thee, boter en suiker is allemaal een kwestie van gelijk oversteken: brengen en betalen. Voor andere artikelen kunnen we wel eens veertien dagen crediet krijgen, maar dat zijn uitzonderingen, de meeste lopen op acht dagen hoogstens. Behalve deze algemene kosten moeten wij tegenwoordig geweldige bedragen betalen aan statiegeld. Cartonnen dozen, suikerzakken, blikken, kratten, vaten, alles heeft statiegeld. Dat loop je natuurlijk weer in, maar als je soms geen gereed geld zou hebben, zitten er toch gauw een paar honderd gulden in de statiegelden vast.”

Hij is van mening, dat de regering van 1945 af het landsbelang niet heeft gediend. “In België heeft men het beter door gehad, al moet ik toegeven, dat het bezit van de Congo natuurlijk belangrijk meewerkt tot een economisch herstel. Daar zou ik aan toe kunnen voegen, dat wij op onze beurt Indië eenvoudig hebben weggegeven. Nederland is failliet en wij zullen ons als falliete mensen moeten gedragen. Ik vraag me alleen af, of ze het na de bevrijding niet wat kalmer aan hadden kunnen doen, maar misschien konden wij de drang van buiten tot het opnemen van luxe-artikelen niet weerstaan. Wat er van zij: het lijkt er op het ogenblik op of de regering alle moeite doet het de kleine zelfstandigen onmogelijk te maken om te leven. Heeft de middenstand geen recht van bestaan?”

 

Bezuiniging…..

 

Als winkelier merkte de heer Aarts natuurlijk, dat er in de gezinnen bezuinigd wordt. Waar vroeger 6 pond suiker gekocht werd, wordt thans 5 pond gehaald, 5 pakjes boter vroeger, 4 pakjes boter nu.”Pofklanten heb ik niet. Die kan ik me niet permitteren. Het zit zo, dat als je tien gulden schuld hebt bij de winkelier, je die bijna niet meer inhaalt. Bezuinigen? Waaraan? Aan het eten? Ik ben daar niet voor. Wij zelf hebben altijd zuinig geleefd. Omdat ik veel klanten buiten Harderwijk heb, heb ik in 1936 een Chevrolet gekocht om de boodschappen te bezorgen. Die auto heb ik thans nog, maar als de benzine nog duurder wordt, weet ik niet of ik door kan blijven rijden. De huidige lasten van f 40,- per week zijn al zwaar genoeg.”

“Maar de verhoogde lasten van levensonderhoud zullen toch ergens vandaan moeten komen?”vroegen wij.

De heer Aarts maakte een gebaar met beide handen. “Ik zou niet weten waar vandaan. Het enige wat er voor ons overschiet is in te teren en dat doen we dan ook. Als ik ga bezuinigen op mijn zaak, gaan mijn verdienste achteruit en als mijn verdiensten achteruit gaan, gaat mijn zaak mee. Alles past precies in elkaar, een onafwendbaar geval van oorzaak en gevolg. Wij houden ons drijvende en we prijzen ons gelukkig, dat we het tot nu toe vol konden houden. Er zijn wel anderen, gelooft U dat maar gerust.” Vrije tijd heeft hij ook niet, behalve ’s Zondags. De zevende dag rust hij met zijn gezin.

“Vroeger hadden we vacantie, maar nu al lang niet meer. Zelfs de vrije woensdagmiddag hebben we laten vallen, omdat er op die woensdagmiddag misschien wel klanten kunnen komen en we moeten met alles rekening houden.”

 

Verkoop dat huis maar…..

 

De belastingen drukken zwaar op de middenstand. De heer Aarts heeft een eigen zaak plus een pakhuis voor zijn goederen. Dat is zijn werk, want toen hij begon had hij het winkelhuis in huur. Het doet pijn dat, als men in gebreke zou blijven met het betalen van de belasting, men dan toegevoegd krijgt: “Verkoop dat huis maar of neem er een hypotheek op!”

“Als het niet zo droevig was, zou ik luidkeels gaan lachen”, zei de heer Aarts, “maar het is ons gebeurd, dat we een na-vordering van de omzetbelasting kregen over de artikelen, die we….zelf hadden gebruikt in het huishouden. Dat liep over twee jaar met de gebruikelijke drie procent.”

 

De anderen…..

 

De heer Aarts heeft in de loop der jaren een vaste kern van klanten om zich heen weten te verzamelen. “Ik mag gerust zeggen, dat het een kern van elite-klanten is”, zegt hij. “Ik prijs mezelf gelukkig met zulk een kern, doch voor vele van mijn collega’s is het op het ogenblik niet vol te houden. Op deze wijze, zoals thans de zaken lopen, gaan de middenstandbedrijven te gronden en dat is heel erg. Niet alleen omdat het erg is als er een gezin zijn bron van inkomsten verliest, maar voornamelijk omdat langzaam maar zeker een bepaalde laag van de bevolking- en dat is een zeer grote laag!- naar de armoede wordt gedrongen. Dat kan niet anders da catastrophaal werken op de samenhang in de staathuishouding. De anderen hebben het zwaar, zwaarder dan ik en wat ik gezegd heb tijdens dit gesprek, is met een belangrijk hogere marge op hen van toepassing.

v.A.

de Spiegel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht was geplaatst in kruidenier Aarts.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *