OPEN BRIEF

 

Overveluws Weekblad 17 juni 1931.

OPEN BRIEF

van de “Stad Harderwijk”

aan de “Kasteel Staverden”.

Neen hoor, ik schrijf niet “hooggeachte zuster”

Al acht je ook jezelf een vorstenkind gelijk

Je denkt dat jij de schoonste zijt van allen

En noemt jezelf gewis: “Miss Harderwijk”

 

Verbeeld je toch maar niets, want d’eerste keer in d’haven

Liep je maar fijntjes op de lager wal

Dat kwam omdat je vreeselijk verwaand deed

Hetgeen je zeker eens bezuren zal.

 

Dat er zoo’n menschenstroom je daad’lijk kwam bekijken

Was uit nieuwsgierigheid, niet om het mooi van jou;

Want kwam het aan op schoonheid, vast en zeker

Dat ik het glansrijk van je winnen zou.

 

Jou lijf is lomp en ik ben heel wat slanker

Mijn radarkasten staan als vleugels van een zwaan

Mijn romp is rank, ‘k ben elegant van achter

En jou model, och, wat is daar nou aan.

 

Je weet, toen het Bestuur mij jou aan de kant deed liggen

Keek niemand meer naar jou, maar iedereen naar mij

Ik blijf toch steeds de glorie van de haven,

Al komen er nog honderd booten bij.

 

Het is met jou als met een oud gezegde:

Van boven ben je bont, van onderen, nou ja,

Vaar jij maar eerst eens vijfentwintig jaren

‘k Wed dat ‘k in waarde dan nog verre boven sta.

 

En verder wil ‘k geen woord aan je verspillen

Want al je pralen duurt een poosje maar

Straks komt er toch een schip – als dit Bestuur mag blijven

Met minstens zeven dekken op elkaar.

 

Dan blijf ik die ik ben, jij ligt dan voor de vlakte

En jij bent een antikiteit gelijk

Ik eindig met de pen, hoewel mijn hart nog vol is

Ontvang een lange neus van de

“Stad Harderwijk”

hendrik van grietjen

 

 

 

Dit bericht was geplaatst in Diverse gedichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *