Oudheidkundig Jaarboek deel 6

 

 

OUDHEIDKUNDIG  JAARBOEK

Juni 1923

F.A. Hoever

 

Mededeelingen omtrent de monumenten van Harderwijk.

6. Monumentale gebouwen

Het Hervormde Oude Mannen – Vrouwen – en Kinderhuis

Militair Hospitaal

Pesthuis

Oud Harderwijk

Huizen

De Commanderie der Orde van St. Jan nabij Harderwijk

 

Het Hervormde Oude Mannen – Vrouwen – en Kinderhuis. Dit gesticht uit 1690 werd gevestigd ter plaatse waar midden der 15e eeuw het Fraterhuis van St. Hieronymus stond. Een steen boven de ingang vermeldt de stichting 1690 der inrichting en verbouwing van het huis.

Van het Fraterhuis uit het midden der 15e eeuw(1), en na de brand van 31 Juli 1503 herbouwd, dus uit de aanvang der 16e eeuw, zijn inwendig nog zware muren en balken met gothische sleutelstukken en kinderbalkjes uit laatst genoemden tijd aanwezig.

 

Militair Hospitaal.  Ofschoon dit gebouw uit een architectonisch oogpunt geen waarde heeft, herinnert toch de plaats, waarop het staat, aan het rijkste en aanzienlijkste vrouwenklooster van Harderwijk, n.l. het nonnenklooster van Ste Agnes, Agnieten in Galileen zooals men het noemde. Dit convent, reeds vóór 1380 vermeld, en waarvan het koor der kerk uit 1477 dagteekende, volde te voren den derden regel van St. Franciscus, kreeg 25 Juli 1548 op zijn verzoek volledige toestemming van den Windesheimschen prior Jan van Naaldwijk, om tot de Augustijner orde over te gaan. “Dit aansienlyck gebouw”in 1572 te niet gedaan, werd in 1577 weer opgebouwd zooals men vroeger boven den ingang lezen kon:

“Est Hadriano Vos, Magareta quoque ab Holger Diruto Praesidibus sic reparata Domus”. 24 Februari 1619 besloten schepenen een stuk van het Nonnenklooster te verkoopen, nadat reeds op 3 November 1615 de Jufferen van dit klooster hare beweegbare goederen aan de stad hadden overgegeven.

In het midden der 17e eeuw stond de Magistraat een gedeelte van dit klooster tot een “Kruyd – hof”af. Vermoedelijk is het deze kruidhof, die later verkocht werd aan Wijnand van Sitteren, die het hof met kolfbanen en “een fraai sterreboschje of doolhof”versierde.

Pesthuis.  Voor zieken en lijdenden aan pest of melaatschheid lag vóór de Luttike – of St. Nicolaaspoort een ziekenhuis, dat in 1585 nog in wezen was, doch later verplaatst werd binnen de stad in de Sevenhuizenstraat. Nog vindt men in het pesthuisstraatje onder de nummers A No. 178, 179 en 180 overblijfselen van gebouwen uit het begin der 16e eeuw, w.o. van het verplaatste pesthuis en de kapel der Klerken(2) zichtbaar in: steunberen, gedeelten van gekoppelde spitsbogen met traceeringen en een steen met het opschrift: “DOMUS MEA – DOMUS ORA – TIONIS VO – CABITUR”.

Oud –Harderwijk. Schrassert beweert,dat Harderwijk eertijds grooter van omvang en volkrijker was. De oudste plattegrond van Harderwijk, dien wij bezitten, is die van Jacobus van Deventer (± 1560), de stad binnen de muren, later binnen de oude wallen. Schrassert noemt straten sedert de middeleeuwen verdwenen, zelfs een gansche buurtschap in den Oosterwijk. De nering omvatte handel in wol, koorn,Hamburger – Staderbieren , Harderwijksch laken was reeds vroeg in trek. De Wullewevers – ,Vullerstraat en de Vullersbrink herinneren aan die vroeger bloeiende lakenweverij en industrie. In verband hiermede bloeide de weverij; blauw – en groenwevers worden genoemd. De oude huizen in de stad bezaten groote voorhuizen, die als pakhuizen dienden.

Huizen.

Academiestraat. Huis naast de voormalige Kloosterkerk. Hardsteenen stoep, einde 18e eeuw; boven den ingang: MDCCLIV.

Bruggestraat A. No.48. Pakhuis in de ankers “1747”.

No. 116. Gevel met hoekpilasters. Boven de voordeur: 1751, daarboven venster met gesneden borstwering. Gesmeed ijzeren beltrekker.

No. 124. Baksteenen gevel, midden 18e eeuw, met omlijsting van voordeur en van raam der eerste verdieping.

No. 131. Pius – gesticht. Gevel midden 18e eeuw. Omlijst deurvak. Gesmeed ijzeren beltrekker. In woning marmeren schoorsteen uit dien tijd.

Donkerstraat. B. No.34. Bepleisterde gevel, midden 18e eeuw. Rijke houten omlijsting van voordeur en bovenlicht. Deur met lofwerk.

No. 38. Deuromlijsting, midden 18e eeuw; ankers, 16e eeuw

No.39. Gevel, midden 18e eeuw, met omlijste deurtravee.

No.78. IJzeren hek met baksteenen pijlers, waarop siervazen, midden 18e eeuw.

No.81. Baksteenen gebouw, deur en raam der eerste verdieping met doorloopende houten omlijsting, met het jaartal “MDCCLXIII”in top. Boven de deur twee schilden, gehouden door griffioenen. Gootlijst op consoles.

No.82. Gevel, midden 18e eeuw, met gesneden omlijsting om deur, bovenlicht en venster. Kroonlijst op consoles. In den gang stucversiering, midden 18e eeuw.

No.84. Overblijfselen van vensterbogen, einde 16e eeuw.

No.110. Twee gepleisterde gevels, de eene 14e eeuw, met pinakels als kanteelen en met tandlijst, en de andere gepleisterde trapgevel begin 17e eeuw met toppilaster, waaronder een kop en waartegen een nokanker.

No. 123. Bergsteenen gevel, einde 18e eeuw, met hoekpilaster en middenpilaster. Houten deur – en steenen vensteromlijsting daarboven. Kroonlijst met driehoekig frontom. Twee omlijste dakvensters.

Groote Havenstraat C. No.271. In den gevel een gebakken tegel, einde 16e eeuw, in kleuren, geel, bruin, groen en blauw. Hoogop onder een boog met parelrand, rustende op kolommen, een oude man geleid door een engel. De figuren zijn naakt.

Groote Marktstraat C. No81. Gewitte gevel, 15e eeuw, met hoogopgaande nissen.

No.97.In de ankers “1658”. In den gevel een lijst van drie staande ronde en daaronder drie liggende gele baksteenen, afwisselend geplaatst en besloten tusschen rond geprofileerde baksteenen.

Groote Poortstraat C.  No.311. Trapgeveltje met toppilaster en nokankers. Steen: 1613

No.323. Steen:”1581”.

Van 1805 – 1912 Roomsch – Katholieke Kerk. Achtergevel, 15e eeuw, van een pakhuis met opgaande muurnissen, in de ankers”1639”.

Hondegardstraat C.  No.53. Gevelsteen met voorstelling.

Hoogstraat naast C.  No.59. Baksteene voorgevel, bepleisterd en geschilderd, in de ankers(15)95. Zijgevels uit de 14e eeuw, oorspronkelijk trapgevels(?) met spitsboognissen en gedichte vensters.

No.95. Geverfde topgevel, in de ankers “1740”.

No.96. Geverfde gevel, in de ankers “1691”.

No.342. Van boven gepleisterde gevel, beneden verbouwd en beschilderd. In bovendeel twee gedichte Gothische vensters.

No.351. Geheel bepleisterdegevel, in ankers “1605”.

No.358. Geheel bepleisterde gevel, in de ankers “Ao.1655”.

Luttekepoortstraat, aan het einde. Twee hekpeilers met hardsteenen vazen, midden 18e eeuw.

No.140. Basementen van pilasters der deuromlijsting met “Anno 1774”.

Markt B.  No.65. Zijgevel 15e eeuw, met door ezelsrug gedekte trappen.

Oliestraat hoek Schoonmakerstraat.  Geheel bepleisterde gevel. In ankers “1643”.

Rabbistraat C. No.29. Aan dit huis fraaie ankers.

Smeepoortstraat. In den Westelijken muur der Gereformeerde Kerk staan twee steenen, elk met een opschrift met melding van den waterstand in 1570 en 1828.

No. 253. Gevel, midden 18e eeuw, getoogde vensterommetseling. Gesneden deur.

Vullerstraat C. No. 200. Bepleisterde gevel,in de ankers “1595”.

Wolleweverstraat C. No.105. Zijgevel met korfboognissen.

De commanderie der orde van St. Jan nabij Harderwijk was de commanderie St. Johannes Dal of ’s Heeren Loo genaamd. Zij behoorde reeds in 1307 tot de bezittingen der orde. Bij de Hervorming nam Harderwijk de goederen van Het Loo tot zich. Vermoedelijk eigende de provincie zich ook een deel dier goederen toe. De gebouwen zijn met uitzondering van de poort in het begin der 17e eeuw geslecht. Thans is zij ingericht tot woning. Dagteekenende uit het einde der 15e begin 16e eeuw heeft het gebouw nog belangrijke overblijfselen, vooral aan de voorzijde, w.o. boven in den gevel het hoofd van Johannes den Dooper op een schotel. In de familie van wijlen Mr.G.A.de Meester wordt nog bewaard een uit marmer, albast, hout en vermoedelijk speksteen vervaardigd retabel met de voorstelling van het Laatste Avondmaal, uit het einde der 16e eeuw. Bij de hervorming werd het in een kist, voorzien van een verguld kruis begraven en in het begin der 18e eeuw opgedolven.

De verdere steenen beelden, alsmede die uit de kerken der stad zouden in het begin der 17e eeuw onder de grondslagen van den muur aan de Westzijde van Harderwijk gelegd zijn.

Eens bezat deze Commanderie het merkwaardige exemplaar der Heilige Schrift, op welks rand geschreven stond:

“Ista Bibliotheca(3) fuit contestata ex Bibliotheca sancti Hieonymi”.

Volgens de ridders beteekende dit, dat deze Bijbel naar de ware lezing van die van Hieronymus gecorrigeerd was. Deze Bijbel was een, waarnaar de broeders van het klooster te Windesheim hun Bijbel vaststelden.

Hierden (buurtschap der gemeente Harderwijk). Te Hierden stond voorheen een kapel, gewijd aan den H. Severinus, waarnaar nog het St. Severijnsgilde genoemd wordt. Waar deze kapel stond, is thans het kerkhof. In 1658 werd er een school in opgericht. Van 1659 – 1741 deed er een “catechist”dienst, die er zondags de Catechismus preekte. In 1741 liet de Regeering van Harderwijk een kerk bouwen. De tegenwoordige werd in 1851 gebouwd.

Het nachtmaalsste is van tin, waarvan de twee bekers en een ronde schotel voorzien zijn van het wapen van Harderwijk.

 

  1. Het oratorium van het Fraterhuis werd 6 April 1459 ingewijd.
  2. Deze Kapel en dit Pesthuis komen op den plattegrond van Harderwijk van Blaeu nog voor.
  3. Bibliotheca hier in de beteekenis van Bijbel.

XXXXXX

Slot.

.

 

 

 

Dit bericht was geplaatst in Oudheidkundig jaarboek juni 1923.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *