Oudheidkundig Jaarboek deel2

 

 

OUDHEIDKUNDIG  JAARBOEK

Juni 1923

F.A. Hoever

 

Mededeelingen omtrent de monumenten van Harderwijk.

2. Monumentale gebouwen

Het Raadhuis

 

Het Raadhuis(1). Het vorige raadhuis, dat op dezelfde plek stond als het tegenwoordige, leed zeer door den brand van 31 Juli 1503, toch bleef zijn gevel nog tot 1620 staan. Toen verrees het tegenwoordige gebouw, aanvankelijk verdeeld in raadhuis, rechthuis en wijnhuis. Den 17en Maart 1726 werd besloten het wijnhuis tot raadkamer in te richten, die 12 Januari 1728 ingewijd werd. In 1837 werd het raadhuis weer verbouwd.

De raadzaal, die met subsidiën van het Rijk en de Provincie tusschen 1919 – 1922 gerestaureerd werd, is met goudleder behangen en wel met 352 stukken, w.o. 199 geheele vellen, beslaande een oppervlakte van 132 M² . Dit goudleer is thans hersteld door den Nederlandsche goudleermaker Jan Mensing. De restauratie kostte 5780 gulden.

De rijke houten zoldering en betimmering dagteekenen uit 1730. In die zoldering bevindt zich een plafondstuk: de verheerlinking van Juno; doek 4 m. x 2.50M.

Tot de betimmering behoort de gesneden houten schoorsteen met schoorsteenstuk. Dit stuk, geschilderd op doek hoog 1.16M., breed 1.07M., stelt voor de ongeblinddoekte gerechtigheid. Boven het schoorsteenstuk zijn twee schilden met wapens aangebracht met één kroon overdekt en met leeuwen als schildhouders. Daaronder op een vliegende rol het jaartal MDCCXXVII en verder rechts en links de wapens van de 12 magistraatsleden en den secretaris uit dat jaar.

Onder dit wapen is een vaas met slingers omkranst, door twee engelen geflankeerd, elk een hoorn des overvloeds torschende.

In die zaal hangen verder onderstaande eveneens gerestaureerde portretten van de stadhouders Willem I, Maurits, Frederik Hendrik en Willem III en verder van Maria II Stuart, Gustaaf Adolf, Hendrik IV van Frankrijk. De drie eerstgenoemden, benevens het zesde en zevende geschilderd door Isaac Isaäcs, gedateerd 1640; het vierde en vijfde door S. van Duyven, 1695. Verder een schilderij Cambyses, rechtdoende over Sisamnes, van Isaäcs, uit 1634.

In de hal van het raadhuis hangen twee schilderijen:

De Verspieders van Kanaän, doek hoog 2.11 M., breed 2.36 M. Holl. School omstreeks 1630.

De Marteling van Prometheus, doek 1.M, breed 1M. Waarschijnlijk va de Utrechtsche School. Het komt het werk van Honthorst (1590 – 1656) zeer nabij. Het zou een copie naar dien meester kunnen zijn.

Op het portaal der eerste verdieping staat de dubbele katheder uit 1729 van het Nassausch Veluwsch Gymnasium.

In de burgermeesterskamer hangt een schilderij op paneel met een gezicht op Harderwijk, prenten der voormalige poorten, en bevinden zich vier bronzen maten uit 1712.

In de archiefkamer worden bewaard: Schilderij met het Wijnhuis vóór de verbouwing, de zegelstempel uit het einde der 13e eeuw, een zilveren vogel van een schuttersketen en enkele gevelsteenen.

 

  1. Het staat op de Groote Markt, ook Breuren of Broeren genaamd. Een benaming afkomstig van het voormalig Minrebroeders – klooster, gelegen op den hoek van de Markt en Donkerstraat en omstreeks 1339 door Eleonora van Engeland gesticht. In de kapel van dit klooster brak 22 September 1566 de Beeldenstorm los. Toen het klooster afgebrand en neergeworpen was, liet de magistraat o.a. het kerkhof effenen.

XX

 

Dit bericht was geplaatst in Oudheidkundig jaarboek juni 1923.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *