Putten, historisch raadsbesluit.

 

Ermelo’s Nieuwsblad, 27 januari 1955.

 

Putten

Historisch Raadsbesluit:

Eeuwenoud huisje gaat

Binnenkort verdwijnen.

 

De gemeente Putten kan bogen op een interessant verleden. Haar omgeving behoort tot een streek, waaraan een zeer oude geschiedenis is verbonden.

Helaas is er maar weinig uit dit verleden gespaard gebleven. Als er nog overblijfselen zijn, zijn ze meestal geheel ontluisterd en ontsierd. In dit verband denken wij b.v. aan de oude Hervormde Kerk. Door vele verbouwingen is van het oorspronkelijke gebouw weinig overgebleven. Over de zich in de kerk bevindende graven zijn kerkbanken getimmerd en niemand weet wat voor graven hieronder verborgen liggen. Verscheidene oude kastelen zijn verdwenen, zoals Hell, Bernkamp en Arler ( niet de Oldenaller) en er zijn weinig Puttenaren die iets weten van de interessante historie, die aan deze verdwenen bouwwerken verbonden is.

Arler

Dit jaar zal er weer een stukje historie uit ons dorp verdwijnen. Reeds in een onzer vorige bladen is hierop de aandacht gevestigd. Het betreft het aan de “Coop Schrassert – stichting” toebehorende pand aan de Kerkstraat. Bij raadsbesluit van 27 April 1954 is dit huisje onbewoonbaar verklaard en het zal binnen afzienbare tijd geheel verdwijnen.

Wij zijn van mening dat het inderdaad aanbeveling verdient dit huisje te slopen. Wij kunnen de “evolutie” niet gaan keren, teneinde de oude, historische gebouwen, die meestal een “sta in de weg” zijn te sparen.

   Wie was “Coop Schrassert”?

Zijn geboortedatum is onbekend. Kort na het opmaken van zijn testament overleed hij te Putten op 5 September 1647. Zijn vader, Phillips Schrassert Ottenssz. Was voor de tweede maal gehuwd met Catharina van Arler, weduwe van Jan Pannekoeck. Uit dit huwelijk werd hij geboren.

In deze omgeving was Coop Schrassert geen onbekend figuur. Hij was secretaris van de stad Harderwijk, terwijl ook bekend is dat hij in 1599 benoemd werd tot secretaris van de Rekenkamer van Gelderland. Bovendien blijkt uit oude notulen, welke in het bezit zijn van de Polder Arkemheen, dat hij in 1618 en 1621 dijkgraaf van deze polder was. Dit schijnt geen aangename taak geweest te zijn. Het polderbestuur bestond krachtens een besluit van Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk van 31 December 1482 uit 16 geërfde, n.l. 10 uit Harderwijk en 6 uit Nijkerk en Putten anderzijds geschil over het bestuur van de polder en daarmede samenhangend ook over het financieel beheer. In 1589 werd dit geschil beslecht en wij vermoeden dat de Harderwijkers ( die door het stadsbestuur van Harderwijk werden aangewezen) “bakzeil”gehaald moeten hebben. De diverse Harderwijkse geschiedschrijvers laten zich althans over de oplossing van de “quastie” niet uit. Naar aanleiding hiervan kan worden uitgemaakt dat Schrassert als dijkgraaf een moeilijke taak had. De geërfden zaten elkaar vermoedelijk nog al eens in de haren. Er is nog een schrijven van Schrassert bewaard gebleven d.d. 8 Maart 1624, hetwelk gericht was aan de Raden van Gelderland en waarin hij zijn bezwaren uit tegen het ambt van dijkgraaf. Hij wilde bedanken voor zijn functie, doch men wilde hem niet loslaten. Tenslotte werd hem toegestaan een “stadhouder”( is plaatsvervanger) te benoemen. Uit een en ander blijkt dat Coop Schrassert door velen uit zijn tijd zeer werd gewaardeerd om zijn werk.

In de “kerkekist” van de Nederlands Hervormde Gemeente van Putten kan men thans nog een afschrift vinden van het in 1647 gemaakte testament van Coop Schrassert. In dit testament, waarbij de Coop Schrassertstichting wordt opgericht is sprake van een armenhuisje aan de Huinrestraat ( thans is dit de Kerkstraat). Het gedeelte aan de Noordzijde van de woning wordt daarbij bestemd voor “twee bedaagde echtelieden” terwijl dat aan de Zuidzijde bestemd wordt voor een “eelijke en tamelijk bedaagde weduwe”. De toekomstige bewoners moeten allen professie doen van de zuivere Gereformeerde Christelijke Religie.

16_Coop_Schrasserthuisjes

Een neef van Schrassert, Frederick van Zuylen van Nyevelt en diens erfgenamen worden als beheerders aangewezen van de stichting. ( Frederick v. Zuylen v. Nyevelt was gehuwd met Beatrix of Bia van Arler in 1626. Deze Beatrix was een dochter van Aalt van Arler en van Elisabeth Schrassert, de zuster van Coop Schrassert.

De akte vermeldt voorts dat het “opsicht” door de erfgenamen geschieden zal “allet altijtt mit kennisse ende advys ende goede raed van den predicant indertijt tot Putten, dien ick oock daertoe serieuselijck versoecke ende bidde om een vlytich opsicht ten dyenste van den armen daerop te nemen, willende dat buyten kennisse van Syn Waerde by myne Vrinden, die last daarvan hebbende, nyet sal worden gedaen dan eenstemmig ende mit gelyke kennisse”.

Tenslotte wijst het testament enige fondsen aan, om gebruikt te worden voor een uitdeling van brood, boter en spek aan 12 armen in het ambt van Putten. Dit moest 5x ’s jaars plaats vinden.

16_graf_schrassert

Na de dood van Schrassert is de administratie en het beheer overgegaan op de familie van Zuylen van Nyevelt. Omstreeks 1760 komt hierin verandering. De Dtaten van het Kwartier van de Veluwe nemen maatregelen met betrekking tot de stichting. Blijkens een resolutie van deze Staen d.d. 2 Mei 1763 zijn in de boedel van Frederik Hendrik van Dedem, ontvanger – generaal van het Kwartier, en diens echtgenote Henriëtte Gesina van Zuylen van Nyevelt enige papieren aangetroffen betreffende de Coop Schrassertstichting. Geruime tijd heeft van Dedem de administratie gevoerd. De predikant zorgde in die tijd voor de verzorging van de armen door de bekende uitdelingen te houden. Enige tijd kon hij dit wegens geldgebrek niet meer doen en verzorgde de diaconie deze armen zelf. Op last van Gedeputeerde Staten van het Kwartier van de Veluwe is het huisje aan de Kerkstraat in 1767 geheel vernieuwd. Het volgende jaar wordt met ds Colpaar, predikant te Putten, een nadere regeling m.b.t. het beheer der fondsen getroffen. Omstreeks 1911 komt het in beheer wederom verandering en sindsdien wordt de administratie, naar wij vermoeden, bijgehouden door de Ned. Herv. Diaconie. In 1930 werden pogingen ondernomen het fonds op te heffen. Dit was evenwel niet mogelijk, aangezien de stichtingsakte voorschreef dat het huisje “ten eeuwigen dage” moest strekken tot armenhuije. Van deze uitdrukkelijke wil van de stichter kon niet zonder meer worden afgeweken.

Bij raadsbesluit van 24 April 1954 is het huisje onbewoonbaar verklaard. Wij veronderstellen, dat de vroede vaderen er niet bij hebben stilgestaan, dat ze hiermede een grote verandering brachten in de eeuweoude geschiedenis van het Coop Schrassertfonds. Naar wij vernemen zal aan de Voorthuizerstraat een nieuw pand worden opgebouwd ten behoeve van deze stichting.

K.F.

hendrik van grietjen

 

 

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *