’t Is stil in Harderwijk

 

 

’t Is stil in Harderwijk.

Niet voor wie het oor te luisteren legt………..

 

Men hoort van nieuwe dingen

In ’t oude Harderwijk,

Men hoort haar lof bezingen

Haar foet’ren tegelijk

d’Een zegt: een aardig stadje

Een ander: wat een gat

( Dat ligt hoeveel belasting

Men te betalen had ).

De eene houdt een rede

Ten bate van het strand

Een ander strooit naarstig

Strandkoek met milde hand.

Een derde meent te weten

Dat nooit de eierhal

Een ding is dat bestaan kan

En ’t nooit wat worden zal.

Een vierde roept vol geestdrift

Men kon nooit beter doen

De aanvoer wordt per duizend

Straks zeker een miljoen.

Het Stadsbestuur is bijna

Met de begrooting klaar

En als vanouds de klage

’t Is zuinig ’t volgend jaar.

Voor ’t feest van een en dertig

Ontving men een biljet

Men heeft – dat zijn de vluggen –

Er reeds wat op gezet.

De rest zit nog te loeren

Wat wel de buurman doet

Geeft die een riks, ik ook maar,

Een tientje, als het moet.

Want al gaat men benoemen

Een eere – comité

Toch zal iets moeten komen

Uit eigen port’monnee

Dan is er nog tenslotte

Een winkelweek in ’t zicht

Veel mooie winkelramen,

Een optocht en veel licht.

De hoofstad laat het zien thans

Waar Harderwijk naar streeft,

Ja ’t kan er best op lijken

Als elk zijn steun maar geeft.

Neen, stil is Harderwijk niet

Steeds strijd om haar bestaan

En als ze eenmaal gang heeft

Is er geen houden aan.

23-10-1929

XXXXXXXXX

Dit bericht was geplaatst in Diverse gedichten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *