`t Nieje Huusje Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1

****************

`t Nieje Huusje is er niet meer.Daar zijn echter nog wel menschen,die U de plek kunnen wijzen waar het eemaal stond;bij`t Koude Beekje aan`t binnenpad van Elspeet naar Leuvenum.`t Was er geen prettig wonen want af en toe spookte het bij`t Nieje Huusje.

In deze omgeving zijn wel meer plaatsen waar`t niet heel zuiver is.

Te Speuld b.v. staat eene boerderij,waar soms `s nachts de groote achterdeuren worden opengeworpen,al zijn ze den vorige avond nog zoo zeker gesloten.Dan komen er mannen met schijnbaar nooit geknipte haren en lange witte baarden,in een met vurige rossen bespannen wagen het achterhuis binnenrijden en beginnen ijverig goudstaven te tellen.Bij het wegrijden verzuimen ze de deuren te sluiten en`s morgens vindt de boer zijn achterhuis open,`t vee rillend achter in de stal en meestal duurt het eenigen dagen voor de dieren weer in haar oude doen zijn.

Ieder kan wel begrijpen dat op dergelijke plaatsen geld of kostbaarheden verborgen zijn.Dat snappen de menschen hier op de Veluwe nog wel.`t Werd begraven door vluchtende bewoners,die daar hoopten terug te keeren,maar helaas nooit hun geboortegrond terug zagen.zoo bleven de schatten verborgen voor`t menschelijk oog;doch booze geesten schijnen ze te weten en zich daar op te houden.

Of `t zoo was bij`t Nieje Huusje?`t Scheen `t wel.Het was er tenminste ver van zuiver.Vandaar dat weinigen er durfden wonen.Het werd dus afgebroken.Doch daaraan stoorden de Geesten zich niet.Al was het huisje er niet meer,toch kon`t er spoken en bijna niemand had de moed om bij avond het pad langs het Koude Beekje te gaan.En had een enkele het al eens gewaagd,meestal durfden ze het geen tweede keer.De een had er vreemden gedaanten boven het beekje zien dansen de andere had er griezelige gezichten gezien,een derde voelde zich op die plek alsof een reuzenslang zijn borst omstrengelde en dacht het te zullen besterven.

Zoo zag Migcheltje van de Kousekiek er iets,dat haar de haren ten berge deed rijzen.Ze moest naar Elspeet en ging niets kwaads vermoedend,langs het Nieje Huusje.Wie zou daar bij helder lichte dag iets verwachten?Bij avond ging zij het pad voor geen geld bewandelen,maar nu!Ze dacht er niet over den grooten weg te gaan.Ze was al heel blij het groote pad genomen te hebben,nu kreeg ze nog gezelschap.Immers een eindje voor haar zag ze nog twee mensen loopen.Ze begon wat vlugger aan te stappen om hen in te halen.Bijna was het haar gelukt en ze begon al iets vaart te minderen,want het schenen vreemdelingen te zijn.Nauwlettend keek ze toe,of ze er ook iets van kende.Maar opeens….. `t was of de wind hen had weggeblazen.Migcheltjen keek nog eens in de rondte,maar zag niets meer.Aan elke zijde van`t pad was er een verdwenen.

Nog had ze geen verkeerde gedachten,maar als ze nu in`t beekje keek enhet water zag bruischen en koken als de zee,dacht ze opeens aan`t Nieje Huusje.

Het begon haar te duizelen,ze voelde geen grond meer onder de voeten en sneller bijna als heur beenen haar dragen konden,liep ze naar Elspeet.Want moeder moest bakken en ze had geen gist.Wit als een doode kwam ze bij den bakker,die kon geen woord uit haar krijgen,alleen dat ze voor 8 cent gist moest hebben.

Den andere dag vertelde ze aan haar moeder wat ze bij`tNieje Huusje gezien had.

Teunis,de boer van `t Meultje,verging het er niet beter.`t Was bij acht uur toen hij van Elspeet ging en Jannetje had gaarne dat hij om acht thuis was.Liep het er een enkele keer iets over,dan kon ze verduiveld lastig wezen.`t Mensch kon zoo razen.Hij had er geen slechte vrouw aan,maar op der pootje spelen!!

En`t vervelende was nog dat het altijd een paar dagen duurde eer de bui was overgetrokken.Hij moest`t maar wagen en gaan`t pad.Het was anders wel wat om zoo laat langs`t Nieje Huusje te gaan.Maar hij mocht en wilde de oorzaak niet wezen van huiselijken twist.Wou ze dan nog wat zeggen,dan was`t zijne schuld toch niet.

Met haastige stappen bewoog Teunis zich langs het eenzame pad.Op de heide was`t nog nauwelijks donker,maar in `t bosch viel`t niet mee.Doch dat deerde Teunis niet,hij kende het pad op de prik af,met de voeten kon hij bijna voelen waar hij zich bevond.Hij wierp`t pruimpje tabak van de eene naar de andere mondzijde en dacht er juist over nog even een nieuwe te nemen,toen hij opeens een flauw lichte plek voor zich op de grond zag.Teunis keek op en wat was het?Een lichtje aan een boom.Hij keek,keek nog eens om en werkelijk,daar steeg het in de hoogte.`t Kronkelde om de stam tot boven in de top.Daar bleef`t zitten en begon te lachen met een menschenstem.

Teunis zag het niet meer.Of het lichtje nu verdwenen was,of dat hij niet meer kon zien?Misschien beide wel.

De vrouw van Teunis had de varkens gevoederd,de koe gemolken en nog was haar man niet thuis.Anders hielp hij haar`t werk af en nu bleef hij maar weg.ze zou`t ém nog eens goed zeggen,was dat nou een doen om zoo laat terug te komen.Zij kon den ganschen dag maar werken en zwoegen en hij zat zeker lekker bij een glaasje.Zoo zijn de mannen.Dan hebben ze den tijd wel.Vóór ze getrouwd zijn kunnen ze nog wel eens aardig wezen,maar later!…….Dan trekken ze zich er niet veel meer van aan,zoo redeneerde Jannetje bij zichzelf.

Daar hoorde ze hem strompelen op`t straatje.Ze begon zoo zwart te kijken als haar mogelijk was en beet de tanden op elkaar.Daar zou`t komen!Doch toen ze Teunis zag,bestierven haar de woorden op de lippen.Hij zag bont en blauw.Wie zou ém dat gelapt hebben?Want ze dacht niet anders of deze of gene had hem een pak rammel gegeven.

Nu kreeg ze met Teunis te doen.Doch ze kon met geen mogelijk gewaar worden wat er gebeurd was.Het scheen wel dat haar  man met stomheid geslagen was,evenals Zacharias,van wien in de bijbel staat.

Ze waschte zijn hoofd af met koud water en hielp hem ontkleden en in bed.

Aan de andere zijde van`t haardvuur sliepen de jongens,waarvan de eene 11 en de andere 14 jaren telde.Door het ongewone leven waren ze wakker geworden en zagen door de gordijnen juist hoe moeder vader te bed hielp.Hannes,Hannes,voar is dronken,fluisterde de oudste tegen zijn jongere broertje.Maar dat fluisteren ging wel wat hard,want moeder stapte naar`t bed van haar telgen en beloofde ze een gevoelige les,wanneer ze niet stil waren.Onze stamhouder waagde`t niet nog een woord te zeggen,want met zijn moeder viel niet te spotten.

Na een kom met koud water op`t beddeschap gezet te hebben,begaf ook Jannetje zich ter ruste.Dan had ze `t bijde hand als Teunis soms drinken moest.De lamp had ze laten branden om in geval van nood dadelijk licht te hebben.Doch alle voorzorgsmaatregelen waren overbodig.Teunis sliep den ganschen nacht door.Dat is een goed teken,dacht Jannetje.

Den volgenden morgen was Teunis weer opgeknapt en vertelde zijn vrouw wat hij bij`t Nieje Huusje ontmoet had.Toen ze hoorde,dat hij enkel om haar te believen`t gewaagd had bij avond daar langs te gaan,schaamde ze zich.Had zij niet gisteren lopen brommen,dat hij haar maar liet tobben,ja,de jongens hadden haar hooren zeggen:”Hij zal wel weer aan de borrel zitten”,en daarom dachten ze dat voar dronken was…..En hij had dat voor haar over gehad! Zonder wat te zeggen greep ze zijn vereelde hand en drukte een kus op zijn voorhoofd.Nooit meer zou ze kwaad van haar Teunis denken,hij had met daden getoond alles voor haar over te hebben.

Als boer van`t Meultje later van huis ging,kreeg hij altijd van Jannetje de boodschap mee:”Doe wat ge doet,of`t laat wordt of niet,maar kom niet terug langs `t Nieje Huusje”.

Daar was op die plek wel meer een lichtje gezien,maar nooit in een boom.

Volgens algemeen beweren brandt op plaatsen,waar geld of kostbaarheden verborgen zitten,éénmaal in`t jaar zoo`n lichtje.Nu zou niets gemakkelijker zijn dan op te letten waar precies het vlammetje stond om dan den volgende dag of`s avonds den grond los te graven en……..den buit mee te nemen.Maar men zal zich hier wel wachten het geheimzinnige lichtje te naderen.

Heel,heel lang geleden heeft een boerenknecht getracht het lichtje om te schoppen.Doch dat is hem duur te staan gekomen.als door een onzichtbare hand werd hij tegen de wereld geslagen en over het beekje geworpen.Bij het naar huis gaan werd hij vergezeld van een zwart dier,dat nergens bij te vergelijken was dan bij een groote hond maar zonder ooren of staart.Het deed niets,gaf heelemaal geen geluid,`t liep enkel mede.Stond de knecht stil,ook het beest.Liep hij in een draf om het kwijt te worden,het dier scheen dan niet de minste moeite te hebben hem bij te houden.Aan de deur van den paardenstal.die voor den knecht was opengelaten,bleef het beest achter.

Den volgenden morgen vond de boer zijn paard in een hoek van de stal.`t Dier stond het schuim op`t lijf.`t Scheen toch niet ziek te wezen,want het hinnekte zijn baas tegen.En de knecht?Die had de ganschen nacht geen oog dicht gedaan en had de koorts als een paard.Op de vragen van den boerin gaf hij geen antwoord,doch uit zijn wartaal maakte zij op dat hij den duivel gezien had en dat deze hem vanaf`t Nieje Huusje vergezeld had.

Nu snapte ze het wel.Wouter was wat overkomen bij`t Nieje Huusje.Ze kon`t niet begrijpen,hij was anders nogal voorzichtig.

`s Middags reed de boer met het karretje naar Koudhoorn om Dirkjemeuj te halen.De jongens gingen wel eens met`t mens spotten,maar gelukkig voor`t schepschel,altijd op een afstand.Want al wilden ze het niet erkennen,ze waren bang voor haar.Dirjemeuj kon iets meer dan een gewoon mensch.Of`t waar was?`t Zal wel.Hoe zouden de menschen er anders aan komen.

De koorts afbinden kon ze zeker.Daar kon ze U beter afhelpen dan de beste dokter.Ze behoefde slechts enkele woorden tegen den lijder te prevelen,wat deze echter niet verstaan mocht en nam dan diens kouseband en bond die driemaal om boom of struik.Het beste was een vlierstruik.Dan stierf zoo`n boompje,maar de koortslijder was genezen.

Toen de boer Dirkjemeuj het doel van zijn komst verteld had,zei ze al dadelijk:’Als Wouter het bij het Nieje Huusje opgedaan heeft,kan ik hem er niet afhelpen”,maar de boer hield niet op.Dirkjemeuj moest mee.Doch`t kwam wel op haar zeggen uit.Hoe het oude mensch haar best ook deed,hoe ze den kouseband van den knecht om de vlierstuik knoopte,de koorts week niet.Wouter bleef ijlen,`t was om er bang voor te worden.

Doch daar was nu niets meer aan te doen.Dirkjemeuj werd naar huis gebracht en zou na negen dagen terug komen,dan kon ze in elk geval de koorts bedwingen.Zoo gebeurde het.Den negende dag werd ze opnieuw gehaald en nu was Wouter zoo klaar.

Ieder begrijpt wel dat hij nooit meer bij avond`t Nieje Huusje passeerde,veel minder trachte het lichtje omver te schoppen.En de anderen werden ook voorzichtig.

Einde Hoofdstuk 1

XXXX

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *