Vlaamse Zuiderzeeballade

 

 

Vlaamse Zuiderzeeballade.

Wielerbaan Harderwijk Belgenkamp foto 1 Stuyf

 

Vanaf maandagmorgen tot zaterdagmiddag zaten de kerels op zee: op hun botters achter de haring aan. Stormen, wilde zeeën en kou trotserend, wat niet altijd lukte want met een verontrustende regelmaat vergingen de scheepjes bij de vleet.

Maar als ze dan eindelijk, zaterdagmiddag heelhuids thuiskwamen, hadden ze wél “lekkere Uurkoers foto 2 Stuyftrek “. Want het enige pleziertje vond plaats op de zaterdagavond tussen de dekens. Met zout in de haren en zilt op de “bast” werd de liefde bedreven, maar nooit langer dan tot twaalf uur want dan begon de heilige zondagsrust. Op de zondag ging men drie keer ter kerke waar, sidderend en bevend, de hel en verdoemenispreken van de dominee ondergaan werd.

Voor de bevolking van Harderwijk was het leven, zo’n vijfennegentig jaar geleden, hard, grijs, saai en wreed. En opeens…, stond hun wereldje op z’n kop. Maar daar waren dan wel meer dan veertienduizend Vlamingen voor nodig.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog trokken honderdduizenden Belgen, voornamelijk Vlamingen, de grens over van het neutrale Nederland. Veel burgers, maar ook militairen die onmiddellijk werden geïnterneerd.foto 3 Stuyf

Harderwijk én omstreken, een soort Goelag – Archipel avant la lettre, leek daarvoor een geschikte plek want ver buiten de bewoonde wereld. Hartstikke dom natuurlijk, want zet veertienduizend kerels, zonder afleiding bij elkaar en je krijgt gedonder. Door verveling dreigde een oproer uit te breken.

Om dat te beteugelen werd een “Sport en ontspanningsbureel” opgericht, met aan het hoofd ene Leon van Gestel, een korporaal die bij de beschieting van Antwerpen gewond was geraakt en zijn heil in Holland zocht.

Van Gestel bleek een organisatorisch talent te zijn. Behalve een boksschool en toneelvereniging wist de man ook nog een wielerbaan van “aangestampte asch” te realiseren.

Terwijl de bevolking van Harderwijk zich iedere zondag liet geselen door de stichtelijke woorden van mijnheer de dominee was het op het kamp een dolle boel, want koersdag. Rondom de wielerbaan stonden de geïnterneerden, tien rijen dik. Aan de start geen halfgare streekidioten, maar toemalige vedetten als een Piet Moeskops, Bosch van Drakenstein, Klaas van Nek, en Piet van Kempen.

foto 4 StuyfVan Gestel bleek niet alleen over organisatorische kwaliteiten te beschikken. Tijdens de strenge winter van 1916 lag de Zuiderzee tot aan de horizon “dicht”. Wekenlang werd er geschaatst, ook door Van Gestel en zijn mannen. Zwierend en zwaaiend achter de meiden aan brak er onder de schaatsers een “geweldige beroering” uit.

Een stuk schots was afgebroken en dreef met twee mensen erop naar de open zee. Op één man na, durfde niemand actie te ondernemen. Van Gestel, op zijn Friese doorlopers wist met inzet van zijn leven het tweetal te redden en kreeg daarvoor, van de Nederlandse regering, een onderscheiding.

foto 1: Tien rijen dik stond het publiek.

foto 2: Start van een koers over één uur. Uiterst links Van Gestel.

foto 3: Vijftig kilometerkoers gehouden op 5 mei 1918.

rechts winnaar Klaas van Nek, links Luyckx.

foto 4: Leon van Gestel.

Foto’s: Archief Stuyfssportverhalen

Stuyfssportverhalen.wordpress.com

Met dank aan André Stuyfersant.

hendrik van grietjen

 

 

Dit bericht was geplaatst in Belgen in Harderwijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *