Voorwoord Jeugd herinneringen door W.J. van Polen.

Voorwoord

Bij het samenstellen van dit album voel ik mij verplicht eenige regels te wijden aan de ons allen bekende “Meester Dalhuizen”,die 3 Maart 1927 plotseling overleed.

En waarom vraagt gij, die dit voorwoord leest,wordt meester Dalhuizen hierin aangehaald?

Daar is wel reden toe, feitelijk dankt dit album het ontstaan aan hem.

Uit de nalatigheid van den heer Dalhuizen ontving ik een aantal negatieven, waaronder naast vele oude familieportretten van menig Harderwijker, zich de cliche’s bevonden van de foto’s die in dit boek zijn verzameld en die ik de moeite waard vond om afdrukken van te maken.

Veel plekjes zijn daarbij die menig Harderwijker bij één of andere gelegenheid “op ’t doek”heeft gezien, want de meester was steeds bereidwillig eene vergadering of bijeenkomst met zijn “toverlantaarn”op te luisteren en bekende figuren en stadsgezichten te projecteren.

In de loop der jaren dat den heer Dalhuizen de fotografie beoefende, heeft hij alzoo veel plekjes en gebeurtenissen vastgelegd die heden ten dagen voorgoed uit ons stedeke verdwenen zijn.

En met welk een zorgvuldigheid en ten koste van menig uurtje zijn deze opnamen gemaakt, daar is in dit album een stuk arbeid van hem verzameld, waar hij met liefde en toewijding aan gewerkt heeft.

Wat de foto’s zelven betreft, heb ik ze allen afgedrukt en bijeen gezameld in de volgorde zooals ik meende dat het beste was.

Menig plekje,zooals gezegd, is verdwenen, velerlei menschen, die men op de foto’s herkend, zijn niet meer, want deze opnamen zijn meest allen dertig tot veertig jaar geleden gemaakt.

Wie Uwer ziet die ouwe plekjes en gebeurtenissen niet gaarne weer eens terug en zullen zich dan hun eigen jeugd herinneren, den tijd, waarvan Hildebrand schreef in zijn “Camera Obscura”:”Hoe zalig als de jongenskiel nog om de schouders glijdt”.

Dit nu deed mij het plan opvatten, om dien tijd, zoo goed en zoo kwaad als ik kon, weer te geven als tekst bij de foto’s en misschien gaat van menig Uwer gedachten terug naar z’n eigen jeugd bij wat ik uit mijn herinnering opdiep.

Tot slot van dit voorwoord verzoek ik dit geschrijf van mij alleen te beschouwen als eene poging om de prettige herinneringen “van vroeger” even op te wekken en vast te houden; U te voeren naar dien tijd, die ieder oudere zal noemen; “den schoonsten tijd des levens”.

Dat het zoo zij.

Harderwijk Nov.   1927                                                                                                                                                 W.J. van Polen

Dit bericht was geplaatst in Jeugd herinneringen door W.J. Polen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *