Wervingsbrief van Mr. H. W. Deandels.

Een wervingsbrief van Mr. M. W. Deandels om burgers te werven voor het Franse leger in 1794.

 

Mr.H.W.Deandels

DAENDELS, Generaal Major (de Brigade) by de Fransche Armee; aan zyne Geldersche en Overysselsche Landgenooten:

 

Ontwaakt myne waarde Landgenooten, de tyd is gekomen, dat wy ons zelfs moeten verlossen van de slaverny: waar onder het Land, en vooral de Boerenstand zo lange gezugt heeft.

Schroomt niet de wapenen optevatten, en u te ondoen van uwe Drosten, Hoofdschouten, Richters, Ampts-Jonkers, Schouten, Collecteurs, Pagters en andere beulen en bloedzuigers. Gy zult niet verraaden worden als weleer door vreemde Commandanten; ik en andere Geldersche en Overysselsche Jongens, die onder de Franschen het kunstje van den Oorlog geleerd hebben, staan gereed zich aan het hoofd te stellen, en gy zult de hovaardige en mooi gepoederde Officiertjes en Soldaaten zien loopen voor Boerenjongens in hunne linke kielen. Vreest niet, dat wy het niet vol kunnen houden; zo arm en inhaalig, voor haar zelven; de Oranje-Party is, zo ryk en edelmoedig zyn de Patriotten, die reeds veele milloenen guldens uit Holland herwaards overgemaakt hebben; zo dat wy gemaklyk ieder man 35 st. holl. in de week kunnen geven; nevens één en één half pond Brood, en één half pond Vlees daags, zo als de Fransche Vrywilligers hebben.

Vreest niet, dat ons wapenen zullen ontbreeken; wy hebben er reeds veele duizenden, en het noodige kruit en loot, en zullen ons verder bedienen van die wy in de Magazynen vinden.

Begint maar met u te wapenen met Jagtgeweeren, die gy veel op de Havezaten, en in de Heerenhuizen zult vinden, met Pieken, Hooi-Gaffels of ander lang en scherp gereedschap. Formeert Compagnien van 125 man, en kiest voor Capiteins, niet de rykste die het mooiste gekleed zyn, of het beste praaten kunnen, maar die u het beste in en uit het vuur kunnen brengen. Oversten zullen wy u bezorgen, die den oorlog kennen.

Laat u niet bevreest maken, dat als gy de wapenen opvat; gy voor lange jaaren Soldaat zyt, niemand behoeft langer de wapenen te dragen als zyn zaaken het toelaaten, of dat Oranje met zyn vergulde Knegten het Land uit zyn.

Ik zal in ’t particulier schryven aan zodanige onder U, die altoos volstandig de zaak van het Volk hebben aangekleefd; die u vertrouwen hebben, en wier raad en voorstellen gy volgen moet: want gy begrypt ligt, dat men geene geheimen drukken kan.

O Myne vrienden! hoe gelukkig zullen wy zyn, als ons Land eens gezuiverd is van al dat Adelyk en Aristocratisch Ongedierte; als er geen Drostendiensten meer zullen zyn; als een ieder vry zal mogen Jagen en Vissen; als de Lasten en Ongelden voor een groot gedeelte zullen vermindert zyn, en niet meer voornaamentlyk den armen drukken, zo als thans plaats heeft; en als het Land door braave Burgers en Boeren, by algemeene stemmen daar toe gekozen, zal geregeerd worden.

 
Zutphensche en arnhemsche burgeryen, die het eerst het hoofd tegen de aristocraten opgestooken hebt, en by alle gelegenheden getoond uwe rechten te beminnen, toond nu dezelve gevoelens, en dat er nog Geldersch bloet door uw aderen stroomd. Weest jaloers om u zelven vry te maken, en wagt niet tot dat de Franschen het komen doen; want yder regtschapen Nederlander zal met my wenschen, dat wy zelfs met de wapenen in de vuist onze rechten terug bekomen, en toonen dat wy onze Broeders de Franschen waardig zyn, en niet zo verachtlyk als willem van nassau ons heeft afgeschildert.

Doesburgers! wreekt de dood van onzen braven haarman en volg zyne voetstappen. Ik verwagt niet minder van deutekom en van de andere steden en dorpen van de Graafschap.

Harderwyk, hattem en elburg met haare onderhoorige dorpen, zullen de laatste niet zyn met zig by my te voegen, en aan Willem van Hattem te toonen, dat het verraad, en niet onze lafheid, hem onze steden overgeleverd heeft.

Van zwolle verwagten wy alles, en verder van geheel overyssel, dat niet minder de schrik der Tyrannen zyn zal, als in 1787.

Haast U, myne Vrienden, met aan deze myne aanmaning te voldoen, want het gewenschte oogenblik is daar en moet niet verlooren worden. Ik zal in korte dagen my by U voegen met eenige duizend brave Bosschenaars, die wy thans opwerven, en heb reeds van de Representanten des Franschen Volks, een verlof van eenige maanden bekomen, om my van de Fransche Armée te absenteeren.

 

Groete en Broederschap! lang leeve de Vryheid en onze onvervreemdbaare Rechten!

s’Hertogenbosch, den 30 Vendemiaire, (21 October 1794) het 3de Jaar der Fransche Republiek.

DAENDELS.

hendrik van grietjen

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *