Begraafplaatsen in en bij Harderwijk

Begraafplaatsen in en bij Harderwijk.

Harderwijker Courant 27 Maart 1935.

    Een paar weken geleden werd de belangstelling der ingezetenen van Harderwijk gevestigd op een groot aantal menschelijke geraamten die in de grond aan de Tuinstraat waren opgegraven. Men sprak van meer dan 100 geraamten, die schots en scheef op elkaar lagen. Deze vondst geeft mij aanleiding mede te deelen hetgeen aangaande begraafplaatsen te Harderwijk bekend is.

Volgens Schrassert’s geschiedenis van Harderwijk, stond de oudste d.i. de Sint Nicolaaskerk op een steenworp afstands buiten de Luttekepoort. In en om het godshuis werden eeuwenlang dooden begraven en vermoedelijk is men bij het graven van het huis in de Tuinstraat op de overblijfselen van het Sint Nicolaas – kerkhof gestuit. De kerk werd in 1524 afgebroken, het kerkhof gedeeltelijk verpacht en in 1587 voor ƒ 48,60 aan Mr. Rutger verkocht. Welke veranderingen de grond later onderging, weet ik niet, maar aangenomen mag worden, dat de kooper en zijn rechtverkrijgenden het verkochte gedeelte gezuiverd en de lijken en lijkresten in een of meer bij of naast elkaar begraven kuilen geworpen hebben. Eene andere mogelijkheid is dat de niet verkochte grond later gediend heeft tot begraafplaats van aan besmettelijke ziekten gestorven personen. Vooral in de 17de eeuw heerschte de pest herhaaldelijk in de stad. Van 1 Augustus tot 21 December 1636 kostte deze ziekte aan 356 inwoners, jong en oud, het leven. Waar al deze lijken begraven zijn heb ik niet kunnen ontdekken, maar in de kerk zal men ze, om sanitaire redenen, niet hebben ter ruste gelegd. Ten slotte kunnen de dooden van het garnizoen of van door de stad trekkende militairen hier begraven zijn. In dit verband wordt er op gewezen, dat in 1672 vele Fransche soldaten in en om de stad moeten zijn gesneuveld en dat in December 1794 in de stad overnacht heeft het naar Hasselt gaande Hessisch hospitaal, bestaande uit ruim 500 zieke en gekwetste soldaten met dokters en andere officieren, welk verblijf was voorafgegaan door Engelsche en gevolgd door groote troepen Fransche soldaten. In Januari 1795 trok de geheele 1ste divisie van het Fransche noorderleger door de stad en in den nacht van 24 op 25 Juni 1803 bivakkeerden 1500 Franschen te Harderwijk en Ermelo. De Franschen werden in November 1813 verdreven door Kozakken die op den voet gevolgd werden door 4000 infanteristen, 500 artilleristen en 160 Uhlanen. Natuurlijk lieten al deze militairen dooden achter, die in den grond van de tegenwoordige Tuinstraat kunnen rusten.

Behalve de Sint Nicolaaskerk stonden buiten de Luttekepoort ziekenhuizen, n.l. het Pesthuis op een stuk land genaamd “den Houtkamp” en het melaatsenhuis tusschen de Hooge Sijpel en het Enge Steegje. Het pesthuis werd kort na 1581 verplaatst en gevestigd binnen de stad in een nog bestaand gebouw van de fraters op den hoek van het Eendrachtstraatje. Het melatenhuis sloten de Schepenen in juni 1641, aangezien alle leprozen waren gestorven. De in beide ziekenhuizen overleden personen zullen in de nabijheid ervan begraven zijn.

Sporen van andere begraafplaatsen kunnen misschien ook nog worden aangetroffen, 1ste tusschen de Groote- en de Luttekepoort, dicht bij de Sint Nicolaaskerk, waar in 1294 het ballingenkerkhof lag, 2de achter de Groote poort, waar de Magistraat in 1716 een afgegraven walletje afstond aan Heiman Mozes Heiman om het te gebruiken tot begraafplaats van hem en zijn bedienden.

Binnen de stadsmuren was de oudste begraafplaats gelegen in en om het Minderbroedersklooster, dat reeds in 1290 bestond. In dit godshuis en zijn hof werden niet alleen kloosterbroeders, doch ook burgers begraven. Na de Hervorming kwam het bijna geheel verbrand gebouw in bezit van de stad, waarna de Schepenen in 1608 den kloosterhof ( den Broederen) bestraten en de aldaar nog liggende zerken verwijderen lieten.

In het begin van de 15de eeuw ontstond de O.L. Vrouwe- of Mariakerk. Dit godshuis werd rond 1430 in gebruik genomen. Er in en er achter aan de Smeepoortstraat begroef men rijke en arme ingezetenen, ervoor, naast de Vrouwenstraat, nu Kerkstraat, buitenlieden waardoor dit gedeelte Boerenkerkhof werd genoemd. Toen in 1764 de grond van het Boerenkerkhof zóó hoog geworden was dat de lucht ter plaatse ondragelijk was geworden en er gevaar bestond dat de kerkmuren zouden inwateren lieten de Schepenen het terrein verlagen. Langs het schoppenhuisje groef de doodgraver diepe kuilen, waar hij de door het afgraven bloot gelegde lijken en losse beenderen plaatste. De om het terrein staande schutting en de krekel- en schoppenhuisjes werden afgebroken en de grond bestraat met kezelingen en klinkers “op zijn kant”. Hierdoor ontstond vóór den hoofdingang der kerk een plein en open ruimte. Voortaan begroef men de buitenlieden aan de achterzijde van het bedehuis, tegenover het Oude Mannenhuis, doch indien rechthebbenden hun dooden liever wilden begraven op de oude plaats, d.i. in het bestrate pleintje, mochten zij dit doen, mits betalende boven de gewone grafrechten ƒ2,- plus de kosten van het opnieuw bestraten van het graf. In juni 1807 kreeg de Roomsche gemeente officieel vergunning haar dooden op het kerkhof van de Groote- of Mariakerk ter aarde te bestellen. In 1828 kocht de stad van het Burgerweeshuis voor ƒ 1000,- ongeveer 2 bunders grond gelegen aan den weg naar Hierden, ter voldoening aan algemeene voorschriften aangaande het begraven van lijken. Dit terrein werd in Januari 1829 als algemeene begraafplaats in gebruik genomen. In en om de kerk werd daarna niet meer begraven.

Tenslotte zij nog vermeld, dar de mogelijkheid niet is uitgesloten dat nog resten van lijken liggen 1ste in de Oosterwijk ten Oosten van de Vischpoort, 2de tusschen de Academiestraat en den Brinken 3de in de kazerne aan de Smeepoortstraat. Geraamten van burgers en soldaten zal men daar niet vinden, misschien wel lijkresten van de geestelijke zusters die daar woonden en stierven in de op de aangeduide plaatsen gestaan hebbende Sint Agneta-, Sint Catharina- en Sint Clarakloosters.

Haag.                                                                                                                 Berends.

 

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *