Van Naaischool naar Christelijke Huishoudschool 1898 – 1968.

 

Van naaischool naar

Christelijke Huishoudschool.

1898 – 1968.

 

School startte op initiatief van enkele dames

Als naaischool.

 

    Op 31 maart 1898 kwamen enkele dames bijeen tot stichting van de vereniging “Steun aan Vrouwenarbeid” met als doel het oprichten van een naaischool. Nadat een bestuur en commissie waren samengesteld werd begonnen met de voorbereidende werkzaamheden.

Op de bestuurs- en commissievergadering ( besloten was om gezamenlijk te vergaderen) van 8 mei werd het leerplan goedgekeurd. De duur van de cursus zou drie jaar bedragen en de kosten werden begroot op plm. ƒ 7,- per leerling per jaar.

 

Dat bestuur en commissie niet stil hebben gezeten bleek wel, toen op 5 september 1898 de school – gedoopt met de naam “Wilhelmina – Naaischool” – omdat de opening bijna samenviel met de inhuldiging van de koningin – kon worden geopend. Gestart werd met 41 leerlingen in het bovenlokaal van het Spaarbankgebouw ( voormalig Weeshuis), dat welwillend door de gemeente kosteloos ter beschikking was gesteld. Onder leiding van een onderwijzeres met akte nuttig handwerken ( aangesteld voor vier middagen per week van 2 -3 uur met een aanvangssalaris van ƒ 500,- per jaar) en geassisteerd door enige “jonge” dames ( die dit werk gratis deden ) werd een aanvang gemaakt met de lessen.

loterij naaischool

Door de steeds toenemende groei van het aantal leerlingen bleek het lokaal van het Spaarbankgebouw al spoedig te klein te zijn, zodat enkele malen moest worden verhuisd. Tenslotte ( in 1904 ) kreeg men de beschikking over een ruimer lokaal in de Concertzaal voor een huurprijs van ƒ 40,- per jaar inclusief verwarming en schoonhouden.

Drieëntwintig leerlingen voltooiden eerste

Cursus die drie jaar duurde.

    In september 1901 verlieten de eerste leerlingen ( 23 in totaal) met een door henzelf vervaardigde uitzet de school, na de 3 – jarige cursus te hebben doorlopen. Door bemiddeling van de commissie Vakkennis ( die inmiddels in het leven was geroepen) konden enkele leerlingen geplaatst worden op de was- en strijkinrichting “Mariënhof” te Beek ( Nijmegen).

 

Vijf jaar later ( in 1903) was het leerlingenaantal gestegen tot 62. Het ledental bedroeg toen 125. De contributie van de leden was in die tijd een belangrijke bron van inkomsten voor de vereniging, want behalve de bijdragen van de leerlingen en enkele persoonlijke giften kreeg de vereniging geen enkele subsidie.

Subsidie.

    Met ingang van 1 september 1908 kwam hierin gelukkig verandering, toen door het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de vereniging rijkssubsidie werd toegekend, terwijl de gemeente de subsidie verhoogde. Door een particuliere vereniging werd eveneens subsidie toegezegd. Tevens werd het boekjaar hierdoor omgezet in kalenderjaar.

Door deze vermeerdering van de inkomsten kon de Wilhelmina – naaischool die reeds gedurende een reeks van jaren zeer gunstige resultaten had opgeleverd door aanvulling met andere cursussen uitgebreid worden tot een Vrouwenarbeidsschool. Bovendien werd er nog een avondkook- en verstelcursus in het leven geroepen.

 

Evenals het jaar 1908 was ook het jaar van grote veranderingen. Per 1 september werd het leerplan herzien, door uitbreiding met een zogenaamde burgerklasse. Door deze uitbreiding moest in het huidige gebouw een nieuw lokaal met inventaris in gereedheid worden gebracht. Bovendien moest het onderwijzend personeel worden uitgebreid.

Dit alles bracht weer extra kosten met zich mee, maar kon worden opgevangen doordat het rijk, de provincie en de gemeente de subsidie verhoogde. Voor aanschaffing van meubilair stond ’t rijk eveneens een toelage toe. Natuurlijk kon ondanks de verhoogde subsidie de contributie van de leden en de bijdragen van de leerlingen – die voorheen de inkomsten vormden – niet worden gemist, temeer daar al sprake was van een geheel nieuw schoolgebouw.

De meisjes van de eerste klassen werkten nu geheel volgens het nieuwe leerplan en ontvingen naast nuttig handwerken ook onderwijs in koken, wassen en strijken, terwijl de hogere klassen volgens het oude leerplan doorwerkten ter verkrijging van de in het vooruitzicht gestelde uitzet. Gestart werd met 73 leerlingen aan de dagschool en 17 leerlingen aan de avondschool. Aan het einde van het cursusjaar kon aan 18 leerlingen voor het eerst een keurig versierd getuigschrift worden uitgereikt, terwijl de lagere klassen op kosten van de lerares een uitstapje konden maken.

Het gevolg van de toenemende eisen die aan het onderwijs werden gesteld, mede in verband met de inwerkingtreding van de Nijverheidsonderwijswet in 1919 waren de beschikbare lokaliteiten onvoldoende.

Het besluit van de gemeenteraad van 4 juli 1919 ( waarbij door de gemeente grond in erfpacht, hypotheek en een bijdrage in de jaarlijkse exploitatiekosten werd toegezegd)  gaf de stoot tot stichting van een nieuw schoolgebouw. Nog geen drie jaar later, om precies te zijn op 5 april 1922 was het zover, dat de nieuwe school aan de Stationslaan in gebruik kon worden genomen, waardoor in een dringende behoefte werd voorzien.

De jaren 1923 tot en met 1938 verliepen zonder schokkende gebeurtenissen. De werkzaamheden van het bestuur en in het bijzonder van de penningmeester, waren van dien aard dat het bestuur het in 1925 noodzakelijk vond een boekhouder aan te stellen. Tevens werd in hetzelfde jaar de koninklijke goedkeuring verkregen van de statuten. Verder kon een nieuwe rijwielbergplaats achter de school in gebruik worden genomen.

Gevorderd.

    Gedurende de mobilisatie aan het einde van augustus 1939 werd het schoolgebouw vrijwel geheel in beslag genomen voor de tijdelijke legering van een tweetal compagnieën infanterie, zodat de lessen enkele dagen later begonnen. Ook in de oorlogsjaren ‘40/’45 werd de school diverse malen gevorderd door de Duitse Wehrmacht. Met medewerking van het gemeentebestuur werd het onderwijs in een zestal gebouwen voortgezet.

Het tijdsverschil van 1 uur en 40 minuten gaf vooral voor de buitenleerlingen nogal eens stagnatie doordat zij ’s morgens of ’s middags een deel van de lessen moesten missen. Ook de steeds verder doorgevoerde rantsoenering van de materialen voor de kooklessen en de stoffen voor de naailessen maakten het werk van de leraressen aanmerkelijk moeilijker. Niettemin wist men met de riemen, die men had, nog zo te roeien dat het bootje, volgeladen met praktische lessen, telkens weer in veilige haven kon landen.

Toen in september 1944 geen treinen en autobussen meer reden werd het voor de buitenleerlingen onmogelijk naar Harderwijk komen. Bovendien bracht het gebrek aan gas en elektriciteit en het gevaar in de verschillende gebouwen het bestuur ertoe de school te sluiten. Direct na de bevrijding van Harderwijk op 18 april 1945 toen de school weer werd vrijgegeven, sloeg men met man en macht

aan het werk om ’t gebouw weer te herschapen in een vriendelijk schoolgebouw. Begin juni was het zover en konden de lessen worden hervat.

In 1947, na een bestaan van bijna 50 jaar, nam het bestuur het besluit de naam van de school te veranderen in Christelijke Huishoudschool en aan de lijst der leervakken werd godsdienstonderwijs toegevoegd, niet met de nadruk op het “leren”maar op het “beleven”.

Vanzelfsprekend gaf het jaar 1948 aanleiding tot een feestelijke herdenking in verband met het 50- jarig bestaan.

Op 1 september 1949 werd de onderwijsvernieuwing ingevoerd met als resultaat dat er met veel animo en belangstelling werd gewerkt. In 1950 werden de eerste kandidaten voor de opleiding akte K ( nuttig handwerken voor meisjes) geëxamineerd, terwijl een begin werd gemaakt met de opleiding voor de akte U ( vrouwelijk handwerken).

Mede door de groei van het aantal leerlingen en de behoefte aan een gymnastiek- en overblijflokaal en een nieuwe inrichting van de centrale verwarming vertoonde de school steeds meer tekortkomingen, waardoor er plannen ontstonden tot verbetering van het schoolgebouw. In september 1954 kon er een aanvang worden gemaakt met de verbouwing en uitbreiding van de school. Op 18 januari 1956 was het zover dat de nationale driekleur wapperde van de Christelijke Huishoudschool t.g.v. de officiële ingebruikneming van het verbouwde en gemoderniseerde schoolgebouw.

Erelid.

    Op 29 april 1958 ( bij de viering van het 60 – jarig jubileum van de school ) nam mevrouw E.M.F. van Ree – v.d. Vloed afscheid als bestuurslid. Mevr. Van Ree maakte sinds november 1930 deel uit van het bestuur waarvan de laatste 11 jaar als secretaresse. Bij deze gelegenheid werd mevrouw Van Ree in aanwezigheid van de burgemeesters van Ermelo en Harderwijk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau vanwege haar vele belangeloos verrichte werkzaamheden op velerlei gebied, maar speciaal ook voor het Nijverheidsonderwijs. Mevrouw v. Ree werd tevens benoemd tot erelid, in welke functie zij thans nog heeft.

In 1960 werd op verzoek van de Hervormde Stichting tot Opleiding van Gezinsverzorgsters deze opleiding een onderdeel van de school. Aan deze opleiding, die inmiddels een zelfstandige school is geworden, geven docenten van de huishoudschool nog praktijklessen in eigen school. In 1961 werd, uitgaande van de Stichting Vorming Bedrijfsjeugd “Harderwijk en Omstreken” een aanvang gemaakt met een nieuwe tak van onderwijs: cursus voor werkende meisjes.

Momenteel zijn naast de primaire opleiding ( na 1 augustus brugjaar) en de assistentenopleidingen aan de school verbonden de op het beroep gerichte opleidingen: Vooropleiding Verzorgende Beroepen, Kinderverzorgster, Kostuumnaaister, Vormingsklas, terwijl de opleidingen Coupeuse en INAS zijn aangevraagd.

Gezien de eisen die momenteel aan het onderwijs worden gesteld en de steeds toenemende groei van het aantal leerlingen ( het aantal leerlingen bedraagt momenteel 450) blijken de aanwezige lokalen van het schoolgebouw niet alle meer te voldoen. Bovendien kampt men met een tekort aan permanente lokalen. Voor een deel is dit opgevangen door aankoop van houten barakken van de Lagere Technische School die omgebouwd zijn tot ’n noodkeuken en 4 theorielokalen.

Nieuw gebouw.

    Mede gezien deze omstandigheden en de snelle bevolkingsgroei van Harderwijk en de omliggende gemeenten met Harderwijk als onderwijskern blijft men streven naar voorzieningen, die een aangepaste ontwikkeling van ’t beroepsonderwijs voor meisjes mogelijk zullen maken. Onder deze voorzieningen ziet men als primair de vestiging van een goed geoutilleerd en voldoende ruimte biedend nieuw schoolgebouw.

De nodige plannen hiervoor zijn reeds aan het Ministerie van Onderwijs voorgelegd. Het wachten is nu op de goedkeuring. De gemeente Harderwijk heeft reeds de grond voor de bouw van een nieuwe school gereserveerd. Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet op het voortgezet onderwijs ( Mammoetwet) per 1 augustus 1968 zal de Christelijke Huishoudschool te Harderwijk ’n instituut worden voor lager- en middelbaar beroepsonderwijs. Hopelijk in de toekomst ook voor Hoger beroepsonderwijs.

Schilder’s nieuw- en advertentieblad     1 april 1968.

cover school voor meisjes 1blad2

blad 3blad 4blad 5blad 6blad 7blad 8blad 9blad 10blad 11blad 12blad 13blad 15XXXXX

 

 

 

Dit bericht was geplaatst in Verhalen bundel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *